416Als jongetje verhuisde ik naar Lokeren. Logischerwijs zette ik mijn eerste voetbalstapjes bij de pre-miniemen van Sporting Lokeren. Ik doorliep er alle reeksen. Bij de beloften speelde ik zelfs eens tegen Jan Ceulemans en Alex Querter, die toen revalideerden. Tegen zo’n voetbalmonumenten spelen is wel speciaal.

Stilaan kreeg ik meer kansen bij het eerste elftal. In een van mijn eerste matchen heb ik zelfs kunnen scoren op Brugge. Met een schot van buiten de 16 in de winkelhaak. Het was best wel een mooie goal (lacht).
Dankzij fcb-retro hebben we hier beelden van gevonden. De actie en het doelpunt van Tjorven kan je zien vanaf 4:03.

Beelden FCB Tube

Stilaan kon ik me zo ook in de kijker spelen bij de Belgische topploegen. Nu scouten die ploegen talenten al op veel jongere leeftijd. Maar toen werd je meestal pas ontdekt als je in het eerste elftal indruk kon maken.
Bij Club zag men een type Beyens in me. Groot, sterk en met een stevige conditie. Er waren nog andere ploegen die interesse toonden, maar Club sprak me zelf het meeste aan. Ze speelden het type voetbal dat me lag.

Maar toen Club me belde om een overgang te bespreken, studeerde ik nog aan de universiteit van Gent. Ik had van mijn ouders steeds meegekregen om niet alles op het voetbal te zetten en nog een diploma achter de hand te houden. Je weet maar nooit hoe je carrière zal lopen. Één blessure kan je leven volledig overhoop gooien. Ik zat nog maar in mijn tweede kandidatuur en ik antwoord aan Club dat ik daarom nog niet naar blauw-zwart kon overgaan. Zo’n stap was immers niet te combineren met mijn studies. Toen ik de telefoon neerlegde realiseerde ik me pas wat is eigenlijk gezegd had. Ik was zo met de boodschap om voorzichtig te zijn opgegroeid, dat ik bijna automatisch deze kans voorbij had laten gaan.

Maar een paar weken later belde Club terug. Ze hadden een ander voorstel. Ik zou nog een jaar bij Lokeren kunnen spelen en zou daarna naar Club gaan.
Deze keer had ik geen bedenktijd meer nodig (lacht). Ik heb meteen getekend. Ik zou dan bij Club gaan in mijn laatste jaar op de universiteit. Mijn nieuwe leven als voetbalprof zou perfect te combineren vallen met een jaar waarin sowieso veel stages waren.

de brul tjorven

Zo kwam ik in het seizoen 1994-1995 aan bij Club. Ik zou er negen jaar blijven. En in die negen jaar won ik 3 titels en 3 bekers. Daar ben ik heel trots op.

Achteraf bekeken zijn er twee dingen die ik in mijn carrière mis.

Ten eerste een buitenlands avontuur. Ik ben altijd in België blijven voetballen. Als ik nu zie hoe vlot spelers naar het buitenland verhuizen, dan had ik achteraf gezien ook wel willen meemaken. Nu is het bijna standaard dat een speler die stap zet. Maar in mijn tijd was dit eerder toch nog uitzonderlijk. Landen zoals Rusland en zelfs China zijn mogelijke bestemmingen. Vroeger dacht men er zelfs niet aan om daar naartoe te trekken. Ik voelde me ook heel goed bij Club. Tijdens mijn beste jaren kwam het dan ook niet in me op om naar het buitenland te kijken. En toen ik bij Club vertrok was ik al 30, kwam ik ook terug uit een kwetsuur, en was het moment om die stap te maken eigenlijk gepasseerd. Op dat moment zelf was ik er niet mee bezig, maar als ik de huidige generatie zie, dan vraag ik me soms af “wat mocht ik ook dat avontuur eens zijn aangegaan?”

Een tweede gemis is dat ik nooit een EK of WK heb kunnen meemaken met de Rode Duivels.
Leekens selecteerde me in de wedstrijden in aanloop naar het WK in Frankrijk (1998), maar voor het toernooi zelf viel ik af.

S66132_6.JPG GEORGES LEEKENS / TJORVEN DE BRUL
En voor het EK in 2000 in België en Nederland was ik er ook regelmatig bij in de oefenwedstrijden in aanloop naar het toernooi. Als organiserend land moesten we ons niet kwalificeren en speelden we enkel oefenwedstrijden. Zo heb ik wat caps bij de nationale ploeg afgedwongen. Maar ook deze keer zat ik niet bij de definitieve selectie.

In mijn eerste seizoen bij Club heb ik me redelijk vlot in de ploeg geknokt. De kern was toen niet zo groot, een achttiental spelers in totaal. Als je toen je kans pakte, dan kon je een stabiele plaats in het elftal afdwingen. Ik voelde me meteen een onderdeel van de ploeg, een speler van Club, en niet zomaar iemand die er bij was om de gaten te vullen.
In dat eerste jaar pakken we ook meteen de beker. Dat blijft een van de leukste momenten uit mijn voetbalcarrière. We speelden toen de finale tegen Germinal Ekeren op het veld van Anderlecht. We stonden 2-1 voor, maar we hadden het echt lastig. En dan zet ik een actie op en na een dubbelpas punt ik de bal in het doel. Dat moment besef je dat de match gekanteld is en de beker binnen is.

Beelden FCB Tube
(vanaf 28:20)

Als jonge speler vier je zo’n prijs ook intens. De champagne vloeide rijkelijk. Achteraf heb ik nog een interview moeten geven, ik denk voor de radio, en ik heb toen toch redelijk weinig zinnigs verteld (lacht)

Het seizoen daarop winnen we zelfs de dubbel.
En daarna met Gerets pakken we ook de titel. Het was een heel sterke periode van Club. In 4 jaar tijd pakten we twee titels en twee bekers.

De trainer die het meeste indruk op mij gemaakt heeft is Erik Gerets. Hij zat heel kort op de jeugdspelers. En hij was heel direct met zijn opmerkingen. Voor mij was dat de perfecte aanpak. Gerets heeft me zeker wakker geschud en naar een hoger niveau getild. In het begin was ik niet zijn eerste keuze en viel ik naast de ploeg. Maar ik heb daar goed op gereageerd en ben zo een vaste waarde geworden. Als je dan de titel wint, als vaste kernspeler, dan heeft zo’n prijs pas echt heel veel waarde.

BNVPN221101_035.JPG JOIE/VREUGDE tjorven DE BRU

Sollied was een totaal ander type. Ook zijn manier van spelen was totaal anders. Toen bekend werd dat hij trainer zou worden, keek ik daar wel naar uit. Bij Gent had hij toen toch naam gemaakt, met heel aanvallend en attractief voetbal. Zij wonnen toen soms met echt overdreven cijfers zoals 5-0 of 7-2.
Zijn aanvallend voetbal, met veel acties langs de flanken, zou ook goed passen bij de huisstijl van Club.

Trond ging steeds uit van zijn eigen sterkte en zijn eigen looplijnen. Hij paste zich niet aan. Hij liet ons steeds de sterke punten verder perfectioneren en besteedde weinig aandacht aan de zwakke punten van de tegenstander. Soms loop je dan wel eens tegen de lamp, maar over het algemeen gezien hebben we toen echt zeer sterke prestaties neergezet.

Bij Club reis je ook nog eens doorheen Europa. Hoe beleeft een speler zo’n wedstrijden?

In het begin van een Europese campagne speelden we nog vaak in een duel met rechtstreekse uitschakeling (zonder poules) tegen mindere tegenstanders. Het is dan altijd wachten op die grote affiche.

De Europese verplaatsingen zijn plezant en leerrijk. En als je na een gewonnen match ook nog eens samen de bloemetjes buiten zet, dan is dat ook goed voor de groepsgeest.
We zetten toen toch die traditie van Club, denk maar aan de verhalen van de ploeg van 1987 met Houwaart, verder. Je kon dan zeker nog een stap in de wereld zetten, als je het weekend daarop maar terug volledig klaar stond voor een nieuwe wedstrijd.
Nu is dat wellicht niet meer mogelijk. De kalender zit overvol. En alles wordt ook zo veel korter opgevolgd.
Hetzelfde heb je bijvoorbeeld met supportersavonden. Toen ik speler was, was dat het moment om met de fans een praatje te slaan en een pint te drinken. De afstand was echt kort. Dat leidde tot een betere sfeer. Maar nu is alles meer gereglementeerd en afgemeten.

Het is altijd een droom van me geweest om in Camp Nou te spelen.
En die heb ik wel kunnen waarmaken.

S69280_05.JPG TEAM CLUB BRUGGE

De 11 van Club die klaar staan om FC Barcelona te bekampen.

Hoe we daar terecht zijn gekomen is ook wel een apart verhaal. Met nog 1 minuut te gaan, zijn we uitgeschakeld in onze wedstrijd tegen Sankt-Gallen. Tot Mendoza scoort en we in extremis een ronde verder gaan. We wisten toen nog niet dat we tegen Barcelona zouden spelen, maar toen die naam uit de pot kwam was het feest bij ons.

Ik was nog nooit in Camp Nou geweest, maar je hebt daar wel al een beeld van. Toen we daar met de bus aankwamen dacht ik “Zijn we er al? Is dat niet het B-plein hier?” Van buiten ziet het stadion er totaal niet indrukwekkend uit, want het veld ligt een stuk onder de begane grond. Maar als je dan het stadion effectief binnen komt langs de spelerstunnel, dan is dat ongelooflijk. Toen we opkwamen moesten we onze fans echt zoeken. Ze zaten op twee plaatsen in de bovenste ring. En je kon ze met moeite zien zitten.

S69278_36.JPG OLIVIER DE COCK & MARC OVERMARS

NVPN071200.015.JPG

Zelf volg ik Club of het eerste klasse-voetbal niet meer. Het is mooi geweest en ik heb het achter mij gelaten. Elk seizoen woon ik nog een drie- tot viertal wedstrijden bij.
Mijn zoon Maxim is wel een diehard Clubfan.
Wat ik wel fantastisch vind is de sfeer die in een afgeladen Jan Breydel heerst. Toen ik bij Club voetbalde hadden 8000 – 10000 abonnees. Nu gaat men vlot over de 20000. Dat is ongelooflijk. Het enthousiasme en de trots die er in het stadion heerst is iets waar Club Blue Army ongelooflijk dankbaar mag voor zijn.