Vandaag vieren we de verjaardag van een Clubmonument in de zuiverste zin van het woord.  Franky Van der Elst heeft 15 jaar lang de blauw zwarte kleuren verdedigt en draagt ook vandaag Club nog steeds een warm hart toe.  Met 461 competitiewedstrijden is hij de absolute koploper in de geschiedenis van Club Brugge.  We vroegen hem om samen nog eens terug te blikken op zijn lange Brugse loopbaan en Franky nam met plezier de tijd om samen tal van anekdotes opnieuw boven te halen.

Franky, in de zomer van 1984 kon je naar Club Brugge maar ook naar andere ploegen, waaronder Anderlecht.  Wat heeft je uiteindelijk bij Club doen tekenen.

Er was interesse van meerdere clubs zoals Club Brugge en Anderlecht maar ook AA Gent, SK Beveren en Seraing.  Ik had een keer gesproken met Michel Verschueren bij Anderlecht maar ook met Antoine Vanhove bij Club.  Toen ik dan terugbelde met Mister Michel met de boodschap dat het aanbod van Club Brugge interessanter was reageerde hij als volgt: ‘jij snotneus, wie denk jij eigenlijk wel dat je bent’.  Dat was als jonge kerel best een vervelend telefoontje maar dat was dus snel afgehandeld en toen werd het definitief Club Brugge.  Club was ook een beetje de keuze van het gevoel.  Ik herinner me nog dat de Europese campagnes onder Happel en de sfeer daarrond op mij als jonge gast grote indruk hadden gemaakt.

 

Je arriveerde bij Club als opvolger van Ron Spelbos op de liberopositie.  Pas drie jaar later schoof Henk Houwaert je door naar het middenveld.  Wat was daar de reden achter?

Houwaert was intussen reeds drie jaar mijn trainer bij Club en had al een paar keer laten vallen dat hij met het idee speelde om me op het middenveld op te stellen.  Ik voelde me goed in de verdediging dus ik hield eerst de boot nog wat af.  Ik weet nog goed dat we op een zaterdag een match voor de Brugse Metten speelden tegen de nationale ploeg van Marokko.  Ik deed achterin een dribbel en verloor de bal.  Het gevolg van dat balverlies was een tegengoal waardoor we verloren.  De dag erna speelden we de troosting tegen het Braziliaanse Gremio en moest ik op de bank starten.  In de tweede helft mocht ik invallen, maar wel als middenvelder.  Vier dagen later speelden we voor de Beker van Vlaanderen tegen Beveren en startte ik opnieuw als middenvelder.  Na die match zei Houwaert tegen me: ‘je bent m’n beste libero, maar je bent tegelijk m’n beste verdedigende middenvelder.  Van nu af aan ga je op het middenveld spelen of je gaat op de bank zitten’.  Zo ben ik dus middenvelder geworden.

 

Jan Ceulemans gaf in zijn pas verschenen biografie aan dat het sterkste Club waarin hij ooit speelde het Club Brugge van de bekerfinale in 1986 was.  Geldt dat ook voor jou of denk jij nog aan een andere periode?

Goh, het is altijd heel moeilijk om verschillende periodes te vergelijken vind ik.  Ik kan Jan op zich wel volgen in zijn keuze aangezien dat Club bulkte van de kwaliteit met namen als Degryse, Ceulemans, Papin etc..  Het was bovendien een heel slimme ploeg en een echte vriendenbende die heel hard aan elkaar hing.  Rond die finale speelden we toen ook testmatchen voor de titel tegen Anderlecht.  Daar gaven we het op de valreep nog uit handen maar hadden we vond ik veel meer verdiend.  Munaron pakte daar op het einde nog de meest onmogelijke ballen.

 

Je periode bij Club duurde uiteindelijk 15 jaar.   Als je één hoogtepunt zou moeten noemen, welk zou dat dan zijn?

Elke titel, elke beker is een hoogtepunt maar ook elke keer een ander verhaal dat er achter zit.  Als je dan toch één iets er moet uit lichten dan toch de eerste titel in 1988.  Omdat het de eerste was, wat het toch altijd wat speciaal maakt en omdat het de leukste titelviering was die ik me kan herinneren.  We zijn toen met alle spelers en onze vrouwen naar het Casino in Middelkerke getrokken waar er een optreden was van Raymond Van Het Groenewoud.  Enkele weken daarvoor had ik in de bus toen we op verplaatsing trokken eens een cassetje met nummers van Raymond afgespeeld.  Later vroeg Houwaert me in zijn typische stijl wie die man op die cassette toen was.  Enkele weken later mocht Raymond onze titelviering komen opvrolijken met als soort van voorprogramma de toen nog jonge jongens van Clouseau.  Dat was echt een heel plezante avond!

kampioen 1988

 

Je had ooit een aanvaring in een thuismatch tegen Antwerp waarvoor je de dag van vandaag ongetwijfeld voor de reviewcommissie zou moeten verschijnen.  Herinner je je dat incident nog.

(lacht) Uiteraard!  We speelden thuis tegen Antwerp en we speelden een goeie match, alleen wilde de bal er om een of andere reden maar niet in en bleef het een tijd lang 0-0.  Toen we eindelijk de verlossende 1-0 scoorden en de goal stonden te vieren zag ik plots in m’n ooghoek enkele Antwerp supporters het veld op kom lopen in onze richting.  Eerst ging ik er nog kalm naartoe maar toen begon het door m’n hoofd te spoken dat als de scheids nu zou affluiten die match misschien wel moest herspeeld worden.  Dat vond ik onrechtvaardig en toen heb ik gereageerd in een impuls met een trap naar één van die mannen.  Het grappige is dat vorig seizoen in een match op Roeselare tegen Antwerp aan het stadion verbaal stevig werd aangepakt door een viertal Antwerp supporters.  Er werden wat verwijten naar m’n hoofd geslingerd en plots kwam er een naar voor en die ze me: ‘Hey Franky, weet je nog die keer op het veld in Brugge?  Dat was ik’.

 

Je speelde in je carriere twee Europese halve finale.  Tegen Espanyol in 1988 en tegen Werder Bremen in 1992.  Wanneer had je het gevoel het dichtst bij de finale te staan.

Het waren allebei uiteraard immense ontgoochelingen omdat het er elke keer wel echt in zat.  Misschien nog iets meer in 1988 omdat toen de uitgangspositie na de heenmatch in Brugge rianter was en omdat we ginds al snel met tien vielen na een rode kaart voor een ongelukkige reactie van Luc Beyens.  We hielden nog stand tot helemaal op het einde en waren eigenlijk al aan verlengingen aan het denken toen toch die goal nog viel.  Dan is de ontgoocheling uiteraard heel groot.  Ik ben er nog steeds van overtuigd dat als we die match met elf speelden we de finale zouden hebben gehaald.  Dat blijft toch wel het enige gemis in mijn loopbaan.

Franky Vanderelst tegen Espanyol Barcelona

Franky Vanderelst tegen Espanyol Barcelona

S12856 / FRANKY VAN DER ELST

 

Club werd in jouw tijd vooral geroemd om het collectieve blok dat het was maar wie was naar jouw gevoel, puur qua talent, de beste Clubspeler met wie je hebt samen gespeeld?

We waren inderdaad vooral een collectief maar wel een collectief met goeie spelers.  Alleen speelden wij allen vooral in functie van de ploeg.  De beste speler was zonder twijfel Jan Ceulemans.  Caje was vooral een heel slimme speler, liep zich altijd slim vrij, was altijd aanspeelbaar.  Niet de allergrootste technicus maar Jan had dat ook niet nodig doordat hij het spel graag simpel hield en doordat hij zo slim was.  Wat Caje ook had is dat hij er altijd stond op de grote momenten.  Als de ploeg hem het hardst nodig had nam hij altijd het voortouw.  Daarnaast was en is Jan nog steeds ook een zeer fijne mens.  Iemand met wie het een plezier was om de kleedkamer te delen.

Club Brugge kampioen 1990 : Van Der Elst en Ceulemans foto VDB / BART VANDENBROUCKE

 

Van Ceulemans en Verheyen zijn de verhalen van hun gemiste transfer naar Milan en Ipswich bekend.  Heb jij ooit dicht bij een buitenlandse club gestaan en heb je het feit dat je nooit in het buitenland speelde als een gemis ervaren?

Één keertje is er contact geweest met het franse Montpellier maar toen had ik net voor 7 jaar bijgetekend bij Club, dus dat is op niets uitgedraaid.  Ik zat daar eigenlijk ook niet op te wachten.  Ik voelde mij goed bij Club en heb het nooit als een gemis gezien dat ik nooit in het buitenland heb gespeeld.  Niet vergeten, het waren ook nog andere tijden.  Elke zomer veranderde de kern met maximum 3 of 4 spelers.  Lange tijd zat je nog met restricties qua aantal buitenlanders en we zaten nog in de periode voor het Bosman arrest.

 

Je hebt in die 15 jaar slechts vier trainers gekend bij Club.  Houwaert, Leekens, Broos en Gerets.  Van wie heb je het meeste meegenomen in je latere trainerscarriere?

Van iedereen wel wat, net omdat ze ook heel verschillend waren.  Houwaert was de beste trainer in het weekend.  Die kon een match als geen ander lezen en met één tactische ingreep de match helemaal doen kantelen.  In de week was hij dan weer heel wat losser.  Daarna kwam Leekens en dat was wel even aanpassen want Georges was in vele dingen een stuk strikter en pakte de zaken ook een stuk wetenschappelijker aan door zijn achtergrond als kinesist.  Onder Leekens speelden we ook veel directer en moest alles veel sneller naar voren dan onder Houwaert.  Hugo speelde dan weer graag in 4-4-2, was zeker in het begin een stuk serieuzer dan Henk en Georges maar een echte gentleman.  Hugo had ook een koppig kantje.  Ik herinner me nog dat Gert Verheyen toen hij van Anderlecht kwam het best moeilijk had in zijn eerste jaar bij Club.  Hugo is toen ondanks de kritiek halsstarrig aan Gert blijven vast houden en hem vertrouwen blijven geven waardoor hij toch los kwam en nog een pracht carriere bij Club heeft kunnen uitbouwen.  Gerets was vooral een grote persoonlijkheid, had heel veel uitstraling en durf.  Zijn trainingen waren ook telkens zeer goed onderbouwd en hij probeerde telkens verzorgd te voetballen.

Toen ik net trainer werd nam ik waarschijnlijk van de laatste trainer, Eric dus, toch het meeste mee.  Al moet je dat ook niet overschatten want je blijft toch wie je bent en je legt toch je eigen karakter en je eigen accenten in de ploeg die je onder je hoede hebt.

64170/25/ERIC GERETS FRANKY VAN DER ELST

 

 

Je bent met 461 matchen nog steeds de speler met het meest gespeelde competitiematchen ooit bij Club.  Denk je dat, het huidig voetbal indachtig, dit nog ooit iemand zal verbeteren?

Eerlijk gezegd niet nee.  Het voetbal is zo vluchtig geworden dat iemand na vier jaar al een ancien is tegenwoordig.  Ze spelen wel meer matchen tegenwoordig dan in mijn tijd maar om dit aantal nog te verbeteren zou er al iemand 12 jaar bij Club in de basis moeten staan.  Ik zie het niet zo snel gebeuren.

S65796-36.JPG-VAN DER ELST FRANKY

IMG_1911 kopie

 

Als je het huidige Club ziet spelen, herken je dan nog veel van het Club van jouw tijd?

Vooral vorig jaar in Play Off I zag ik bij Club verschillende zaken die overeenkwamen met het Club waar ik in speelde.  Toen had Club een enorme overwinningsdrang en heel sterk collectief.  Dit jaar zijn ze er voorlopig nog niet in geslaagd om dat te herhalen maar dat heeft dan weer vooral te maken met het vele blessureleed bij belangrijke jongens als Refaelov en Izquierdo.

 

Na je spelerscarriere werd je trainer.  In 2005 streek je opnieuw neer op het oude nest als assistent van Jan Ceulemans.  Jan werd al redelijk snel ontslagen en In 2007 werd je samen met Emilio Ferrera ontslagen.  Heeft die periode invloed gehad op jouw ‘Clubgevoel’?

Nee!  Enfin, in het begin uiteraard even wel.  Het ontslag van Caje was een dreun, alles was toen heel hectisch op Club.  We moesten starten met een nieuw elftal nadat er tal van sterkhouders de kampioenenploeg van 2005 hadden verlaten.   Met nieuwjaar stonden we nog op kop, we deden het verre van onaardig in de Champions League maar daarna volgden er enkele mindere resultaten waarna Jan moest vertrekken.  Wat later was het ook de beurt aan mij en Emilio.  In het begin blijf je dan even weg op Club, ben je ontgoocheld en misschien ook wel een beetje boos.  Maar ik ben geen rancuneus persoon van nature en ik besef ook hoeveel Club voor mij heeft betekend in mijn leven dus daar is bij mij niets van blijven hangen achteraf.

FOOT : CLUB BRUGGE - EXCELSIOR MOUSCRON

 

Momenteel ben je assistent van Gert Verheyen bij de naionale U19.  Met o.a Teunckens, Touba, Lemoine, Van Vaerenbergh etc heb je ook enkele blauw zwarte spelers in jouw lichting zitten.  Denk je dat er voor hen een toekomst is weg gelegd bij de elite van Club?

Laat het me zo stellen, alle jongens in onze ploeg, niet enkel die van Club Brugge, hebben het potentieel en het talent om in eerste klasse te voetballen.  Of dat dan bij Club Brugge of elders is zal de toekomst uitwijzen.  Veel hangt af van hoe de jongens zich nu zullen verder ontwikkelen en of ze op een trainer botsen die het in hen ziet en die jonge jongens kansen durft te geven.

U19 Belgian Team Training

 

Je bent net als Gert Verheyen naast de U19 ook actief als TV analist.  Gert maakt er geen geheim van dat er al een heel deftig aanbod moet liggen om de combinatie met het TV-werk te laten schieten.  Is die stelling ook op jou van toepassing of liggen je ambities toch nog in het trainerschap?

Ik heb nog ambitie als trainer, maar niet ten koste van alles.  Mijn manager weet voor welke dingen hij me moet bellen en voor welke dingen niet.

ASS HLN Achter de schermen Sporza EK 2016

 

Ten slotte, als je je zou mogen richten tot de supporters van Club Brugge, wat zou je hen willen zeggen?

Dat ze vooral moeten de ploeg moeten verder aanmoedigen zoals ze dat nu doen, met veel loyaliteit en passie.  Het is fantastisch om te zien dat de Clubfans telkens in zo’n grote getalen blijven afzakken.  Ik heb destijds nog matchen gespeeld voor 9.000 toeschouwers, dan is het mooi om te zien dat de Clubfans, ondanks de mindere resultaten een tijd geleden toch steeds zo massaal achter hun ploeg staan.