Eind jaren 90 wordt Olympia omgebouwd naar het Jan Breydel-stadion. Het verdwijnen van de zitjes doet de sfeer in het stadion geen goed. Nico “Bollie” Bollaert kan zich niet neerleggen bij deze situatie. Hij herinnert zich heel goed hoe het kon spoken bij wedstrijden van Club. En hij wil deze beleving bij de fans terug brengen. In 1998 richt hij Blue Army op. We brengen het verhaal van de begindagen van Blue Army integraal uit het boek “Passion For Life”.

passion for life

Laat mij jullie eerst vertellen waardoor ik eigenlijk Clubsupporter ben geworden. Vroeger, rond mijn 14 jaar, ging ik meestal met vader mee naar Beveren kijken. Het waren toen nog de gouden jaren op de Freethiel met spelers als een Jean Janssens, Heinz Schönberger en natuurlijk éne Jean Marie Pfaff. Hij was toen ontegensprekelijk mijn idool. Maar hoewel Beveren in die tijd de successen opstapelde ging het merendeel van mijn vrienden niet naar Beveren maar naar Club Brugge kijken. Telkens na het weekend op school of ’s avonds op het pleintje waar we voetbalden werd er alles verteld over de wedstrijd van het voorbije weekend. Steeds kreeg ik de verhalen te horen over de geweldige sfeer die er op Olympia was en werd ook telkens een gans arsenaal aan songs bovengehaald. Het enige wat ik er toen tegenover kon stellen was een pover ‘Komaan Beveren’ en het feit dat de sfeer op Beveren niet slecht was geweest maar ook niet meer dan dat. Ik geraakte meer en meer geïnteresseerd om eens een wedstrijd van Club live mee te maken en zo ook eens te proeven van de sfeer aldaar.

De eerste wedstrijd die ik van Club zag, was die tegen Antwerp. Die is mij meer bijgebleven door hetgeen er naast het veld gebeurde dan wat er zich op het veld afspeelde. Het waren de hoogdagen van het hooliganisme in Brugge en de ganse wedstrijd was er wel één of andere vechtpartij aan de gang. Aangezien ik met de trein uit Antwerpen was meegekomen, stond ik ook aan de kant van de Antwerpenaren en kon ik goed zien wat er aan de overkant van het stadion gebeurde. Uit de vakken recht over ons, die uitpuilden van het volk kwam het ene voetballied na het andere, het was de moeite deze zingende en dansende massa bezig te zien. Nog voor halftime stond mijn besluit vast, ik kom hier nog terug…

En dit deed ik ook ter gelegenheid van de Europese thuiswedstrijd tegen Tottenham. Ik had via mijn vrienden een kaart kunnen bemachtigen voor in de spionkop van Club. Het was heerlijk die gezangen van zowel de Engelse als de Clubsupporters, meermaals kreeg ik kippenvel hetgeen mij op Beveren eigenlijk nog nooit was voorgevallen. Ondanks dat Club die avond uitgeschakeld werd, hadden de gezangen zo een indruk op mij gemaakt dat ik vanaf die avond Clubsupporter ben geworden.

Bollie tijdens het seizoen 1987-1988 (foto uit "100 jaar Club Brugge")

Bollie tijdens het seizoen 1987-1988 (foto uit “100 jaar Club Brugge”)

Van toen af ging ik elke week met de trein of de wagen naar Club kijken hunkerend naar sfeer. Want als er één ding is waar ik op het voetbal aan verslaafd ben dan is het sfeer en waar kon ik in die tijd beter zijn dan in Brugge. Het hoogtepunt voor mij als Clubsupporters waren dan ook de jaren 87-88 met als absoluut hoogtepunt de Europese mirakelwedstrijden. Wat zich toen op de tribunes afspeelde daar kan geen enkele Belgische ploeg aan tippen. Als Clubsupporter was het een heerlijke tijd, steeds viel er op Olympia iets te bleven. Iedere ploeg kwam met knikkende knieën naar Club vrezend voor zijn twaalfde man. Doch zoals aan elk sprookje kwam ook hier een eind aan. Jaar na jaar werd de sfeer iets minder, een korte heropleving met Hugo Broos als trainer niet te na gesproken. De ultieme doodsteek was de ingebruikname van de zitjes op Olympia. Het werd toen akelig stil, het vuur was niet meer. De Brugse supportersbeleving die in gans Europa bekend was en die Club meermaals naar de overwinning had gestuurd, was verdwenen. Vreemd genoeg ging het met Club in die periode net eens zo slecht maar toch was er iets gebroken bij de Clubsupporters.

In die periode toen ik nog in het vroegere vak 17 zat, dat toch bekend stond om zijn fanatieke supporters, ergerde ik mij week na week meer aan de laksheid van het publiek dan aan het geleverde spel van Club. Machteloos moest ik toezien hoe het van week tot week erger werd. De spionkop van Club was een troosteloze bende geworden die enkel maar zong na een doelpunt maar dan snel terug weer insliep. Ik had sfeer nodig en daarom trok ik in die tijd af en toe de plas over op zoek naar plaatsen waar ik de vroegere Brugse beleving terug kon vinden. Wie de geschiedenis van Club een beetje kent, weet dat er één Engelse club ontegensprekelijk aan Brugge is verbonden. Liverpool F.C., de rood-witte club van Anfield, die ons tot tweemaal toe van een Europese beker hield, bleek mij om één of andere reden enorm aan te trekken. Kwam het doordat het de geboortestad was van The Beatles, sinds jaar en dag mijn favoriete muziekgroep of kwam het gewoon door het feit dat Liverpool in gans de wereld bekend stond voor zijn schitterende voetbalsupporters. Dat ook het voetballied bij uitstek ‘You’ll never walk alone’ uit Liverpool kwam, deed de lokroep versterken. Dankzij David uit Overijse, die reeds jarenlang lid was van de Europese supportersclub van Liverpool konden we aan tickets geraken voor de thuiswedstrijd tegen Middlesbrough. Het verhaal van de overtocht en de wedstrijd laat ik achterwege wegens niet van belang. Ik weet nog goed toen we enkele uren voor de wedstrijd op Anfield Road waren, het reeds een drukte van jewelste was. Overal liepen mensen in het rood gekleed, oftewel met een sjaal of het clubtruitje aan. Het liep er ook vol mensen die je voortdurend aanspraken of je geen tickets moest kopen. Juist naast de hoofdingang stond er iemand een boekje te verkopen ‘Red all over the land’ genaamd, dat vlug van de hand leek te gaan. Uit nieuwsgierigheid kocht ik het ook. Het bleek een boekje (fanzine) te zijn dat door Liverpoolsupporters was geschreven en vol stond met verhalen over het supportersleven rond Anfield. Wat mij direct opviel was de toon die er jegens het plaatselijk clubbestuur werd aangeslagen. In sommige artikels werd op een beleefde en respectvolle manier duidelijk gemaakt dat de supporters het niet altijd eens waren met de gang van zaken bij het bestuur. Ik was verrast dat supporters het lef hadden om zo tegen hun eigen bestuur te spreken, iets wat toen bij ons in België nog onmogelijk leek. Ook leek de roep naar vroeger, naar betere tijden op gebied van sfeer als een rode draad door het fanzine te lopen. Blijkbaar was ook in Liverpool door de omschakeling van staan- naar zitplaatsen een stuk sfeer verloren gegaan. Hoewel de lay-out niet al te best was, vond ik het toch een goed boekje, mede door de manier van kritiek geven aan het adres van het bestuur. Recht voor de raap. Op de terugweg naar België las ik het fanzine nog enkele keren door.

Dagen na onze trip nam ik het fanzine geregeld nog eens onder de loep en langzaam kwam bij mij het idee op om misschien met een eigen Brugs fanzine van start te gaan. Het zou een middel kunnen zijn om de sfeer terug aan te wakkeren in het kille Olympia. Hoe meer ik erover nadacht hoe meer ik erin geloofde. Als het in België bij een supporterslegioen zou lukken dan was het toch bij het Brugse, dat bekend stond om zijn Engelse invloed. Na een tijdje stond mijn besluit vast: ik zou een fanzine uitbrengen voor de Brugse supporters. Maar dit was sneller gedacht dan gedaan, ik had niets, geen naam, geen artikels en vooral geen ervaring. En dat laatste kon wel eens mijn grote probleem worden. Ik wist dat ik vroeger op school redelijk tot goed opstellen kon schrijven, maar dit was toch nog iets anders. Op school mocht je schrijven over wat je wou, het kon toch geen kwaad zolang het maar goed geschreven was. Nu moest het informatief zijn en de lezer van de eerste tot de laatste bladzijde boeien. Maar eerst moest ik een naam vinden voor het fanzine en liefst één die gemakkelijk uit te spreken was en betrekking had op de doelgroep voor wie het allemaal bedoeld zou zijn, namelijk de Brugse supporters. Ik had hem eigenlijk nog snel gevonden dankzij, hou u vast Dirk Abrams van VTM. Toen ik de video van de bekerfinale in ’98 tussen Club en Genk terug aan het bekijken was, viel mij op dat Dirk het meermaals over het blauwe supporterslegioen van Genk had. Ik weet nog dat ik toen Abrams uitschold voor rotte vis en al wat lelijk was, als er één ploeg in België was die een echt blauw legioen had, dan was het toch Club Brugge foeterde ik. De naam blauw legioen bleef maar door mijn hoofd spoken, tot ik ineens op het idee kwam van die naam te gebruiken maar dan in de Engelse versie, Blue Army. De naam had ik dus, nu nog de artikels en liefst enkele prentjes om het mooi aan te kleden. Het zoeken naar onderwerpen voor het fanzine viel eigenlijk veel beter meer dan verwacht. Ik had een eigenzinnige kijk op de Coupe du monde in Frankrijk, The Belgian Hammers de Brugse supportersclub van West Ham Utd, een terugblik op het eerste voetbaltornooi van café De Platse, en nog een kleine bijdrage over voetbal en internet. Voor een eerste boekje vond ik dit voldoende. Het was eerder een editie om kennis te maken met het idee van een fanzine, dan één dat boordevol leuke artikels moest staan. Waar ik vooral naar uitkeek waren de reacties van de gasten uit De Platse aangezien die toch het meest vertrouwd waren met de Engelse manier van voetbalbeleving en de daarbijhorende fanzinecultuur. Om ergens op safe te spelen dat het wel echt gelezen zou worden was het fanzine gratis en hield ik de oplage aan de lage kant.

De cover van het allereerste Blue Army- fanzine

De cover van het allereerste Blue Army- fanzine

Zondag 30 augustus ’98 de thuiswedstrijd tegen Germinal Ekeren was D-Day. Ik legde de doos met 250 fanzines op tafel en gaf iedereen die het wou een exemplaar.

Ook mijn beste vriend Stef hielp mee met het verdelen van de boekjes. De eerste reacties waren niet echt zo positief, maar sommigen vonden het een begin waar ik verder aan moest werken. Deze redenering had ik voor mezelf ook al gemaakt daarom had ik in de inleiding een oproep gedaan naar medewerkers om mee te werken en zo het niveau van het fanzine op te krikken. Met een 50’tal exemplaren trok ik richting stadion om ze daar in de Clubshop te leggen in de hoop dat er iemand zou reageren op mijn vraag. Niet dat ik echt verwachtte dat er zich veel kandidaten zouden melden, met één iemand was ik al tevreden.

En zo gebeurde het ook, na een kleine 2 weken kreeg ik een brief van een zekere Jelle uit Anzegem die in een keurig opgestelde brief zich aanbood. Tevens maakte hij van de gelegenheid gebruik om het eerste nummer met een kritische kijk te doorlopen. Op sommige punten kreeg ik zelfs een veeg uit de pan, zo onder meer omdat er in het fanzine een artikel over België stond wat volgens Jelle absoluut niet kon. Op andere punten waren we het dan weer roerend eens, het was voor mij snel duidelijk dat dit een serieuze aanwinst zou kunnen zijn voor het fanzine. Ook het feit dat hij van beroep marketing manager was bij een groot voedingsbedrijf was een niet te versmaden pluspunt. In mijn antwoord op zijn brief stelde ik voor om eens samen te komen om te bespreken hoe we de toekomst van het fanzine voor ogen zagen.

En zo reed ik samen met Stef op een zaterdagmiddag naar Anzegem om samen met Jelle de toekomst van het boekje te bespreken. Uit ons eerste gesprek kon ik direct opmaken dat we veel gemeenschappelijk hadden op gebied van voetbalbeleving en over de manier hoe de verdere toekomst van het boekje er zou uitzien. Beiden hadden we ook het ‘Houwaart’ tijdperk meegemaakt met zijn Europese hoogtepunten. En beiden hadden we ook de teloorgang van de Brugse sfeer van dichtbij beleefd. Stef en ik hielden een goed gevoel aan het gesprek over en zagen het zeker zitten om Jelle mee te laten werken aan de uitbouw van het fanzine. Een wijze beslissing, zo bleek later.

Een paar dagen na ons eerste gesprek kreeg ik telefoon van Jelle met de boodschap dat hij via zijn werk nog iemand had gevonden die bereid was om aan het boekje te helpen. Het was iemand die zou instaan voor de lay-out van het boekje, zijn naam Christof Willem of kortweg Stoffel.

Dat deze beide heren duidelijk een aanwinst waren voor Blue Army kon je direct merken aan het tweede nummer. Zowel op gebeid van lay-out als inhoud was er een enorme vooruitgang. Als ik een beetje eerlijk moet zijn, dan kan ik niet anders dan toegeven dat de echte start van Blue Army er met het tweede nummer is gekomen. Het was totaal anders dan het eerste, met het paspoort van een FCB fan, met de Blue Army trofee, met advertenties en met een ledenwerving.

 

De vier musketiers Stef, Bollie, Stoffel en Jelle met de eerste Blue Army polo

De vier musketiers Stef, Bollie, Stoffel en Jelle met de eerste Blue Army polo

We hadden besloten dat je voortaan abonnee kon worden op het fanzine en dat je het naar huis kon laten opsturen. Ook werd er een prijs van 35 Bef opgeplakt om een beetje de kosten te dekken. Van begin af aan hadden we besloten om de prijs zo klein mogelijk te houden en enig persoonlijk winstbejag uit te sluiten. Al het geld dat nog over bleef na aftrek van de kosten zou terug in één of ander project gestoken worden. Ook werd er een echte redactie gevormd die bestond uit mezelf, Stef, Jelle, Stoffel en Steve uit Overijse. Steve kende ik al jarenlang via het voetbal en was zeer geïnteresseerd om mee te werken. Ook had hij ervaring met het schrijven van artikels daar hij ook meewerkte aan een boekje voor de motorclub uit Overijse. Als redactieadres bleef Beveren voorlopig behouden. Er werd een eerste vergadering bij Jelle thuis gehouden waar de toekomstplannen en de ideeën werden besproken. Daar vertelde ik dat ik direct na het verschijnen van het eerste nummer op zoek gegaan was naar een peter voor Blue Army. Ik had eerst drie spelers voor ogen die kandidaat waren: Franky Van der Elst, Gert Verheyen en Vital Borkelmans, alle drie boegbeelden van Club Brugge. Uiteindelijk is het Vital geworden omdat ik merkte dat hij het meeste contact zocht met de supporters. Was het nu een wedstrijd waar hij de supporters opjutte om meer sfeer te maken, of was het nu een interview waar hij de supporters vernoemde, of was het na de wedstrijd waar hij de supporters opzocht aan De Platse. Steeds waren de supporters in zijn gedachten en dat was juist hetgeen wij nodig hadden. Via Sarra uit Loppen die Vital goed kende had hij van mij een brief gekregen met daarin een woordje uitleg en de vraag of hij peter van Blue Army wilde worden. Zoals ik verwachtte, had Vital hier geen enkele moeite mee. Nu veel zou hij niet moeten doen, misschien eens een woordje schrijven of een foto laten maken. Alle redactieleden waren uiteraard akkoord met mijn keuze omdat het bekend was dat Vital een supportersvriendelijk imago had. Meer nog, er werd besloten om voor de cover van het derde nummer een foto van Vital te nemen, het zou ideaal zijn om nog meer mensen ons boekje te doen kopen en eventueel lid te worden van Blue Army.

IMG_5551

Wat minder goed ging, was het contact met het Clubbestuur dat uitblonk in stilzwijgen. Op onze brieven die we reeds hadden verzonden, kwam nooit een antwoord. Erger nog via via waren we te weten gekomen dat ze ons het licht in de ogen niet gunden. Ze verweten ons hooligans te zijn hoewel ze het tweede nummer van Blue Army hadden gekregen , waar duidelijk de ideologie van Blue Army stond in beschreven. Ook werd er telkens in onze brieven de nadruk op gelegd dat wij niets met hooliganisme te maken hadden. Of de ‘heren van boven’ toen ooit de moeite genomen hebben om onze brieven of om het fanzine te lezen, weten we niet, we kregen immers geen antwoord. (Hierna, brief gericht aan A. Vanhove, 19 november 1998.)

Geachte heer Vanhove

Ook u stelt telkens weer vast dat de Brugse supporters bij uitwedstrijden telkens voor een prima sfeer zorgen, maar dat bij thuiswedstrijden, o ironie, vaak een begrafenisstemming heerst. Een droevig dieptepunt werd zondag bereikt tijdens de eerste helft tegen Charleroi. Na die wedstrijd hekelde trainer Gerets de lakse houding van de Club-aanhang in zijn wedstrijdcommentaar. En terecht, zo kan het inderdaad niet verder.

Zoals u weet ligt de sfeer Blue Army, tijdschrift van en voor FCB-fans, zeer nauw aan het hart. Wij voelen ons dan ook ergens persoonlijk aangesproken door de uitlatingen van Eric Gerets. Vandaar dit schrijven. 

Hier is ons voorstel, Mr. Vanhove. Onz inziens is de remedie voor de Brugse ziekte voor de hand liggend: in uitwedstrijden staan of zitten alle blauw-zwarten samen, wat resulteert in een prima sfeer;  thuis zitten alle zingende fans verspreid en komen we zelden tot één harmonie (vandaag telt vak 17 de grootste concentratie zangers, maar ook in vakken 10, 11, 18 en 19 zitten sfeermakers). 

Daarom Mr. Vanhove, geef ons de mogelijkheid ons huidig abonnement na nieuwjaar om te ruilen voor een zitje in de tribune boven de oude spionkop voor de rest van het seizoen. Enkel op die manier zullen we weer als één blok de Brugse goals erin kunnen schreeuwen. Nu voelen we ons machteloos en krijgen we de massa zelden mee. Mits een beetje goede wil moet dit voorstel toch praktisch te realiseren zijn. 

Via ons tijdschrift zullen we al onze lezers c.g. leden (aantal groeit elke dag) oproepen ons voorbeeld te volgend. Laat ons niet wachten tot volgend seizoen, Mr. Vanhove, maar geef ons nu reeds de mogelijkheid in actie te treden. Zo kunnen we met z’n allen alsnog ons steentje bijdragen tot het behalen van een 12e landstitel! 

Tot slot, Mr.Vanhove, zal de redactie van Blue Army er alles aan doen om het nieuwe ambiancevak vrij van geweld en racisme te houden. Daar heb je ons woord voor.

Graag zien we uw reactie op dit voorstel tegemoet.
Met beleefde groeten, redactie Blue Army.

 Naar verluid hadden ze vooral moeite met de naam Blue Army, ze vonden dit te militaristisch klinken. Nu het hield ons in ieder geval niet op om op dezelfde weg verder te gaan met het fanzine. Die weg ging in stijgende lijn verder. Het ledenaantal was verdubbeld, en ook de waardering was positief. We vonden het tijd om eens iets extra’s te doen voor onze leden en er werden plannen gemaakt om een songbook uit te brengen. Een songbook boordevol liedjes die wekelijks door de Brugse fans werden gezongen. We keken ook uit naar eventuele nieuwe songs die wel al in Engeland bekend waren, maar hier nog niet waren doorgebroken. Ik liet speciaal voor de gelegenheid een boek uit Engeland meebrengen met de toepasselijke titel ‘You’re not singing anymore’. In dit boek staan niet enkel de songs maar ook de geschiedenis en de melodie van de songs. Het is voor mij een soort bijbel, die elke voetbalfan in huis moet hebben. Want niemand in heel de wereld is beter in het componeren van voetbalsongs dan de Engelsen.

De uiteindelijke versie van het songbook bevat 30 songs. Het merendeel oude nummers, maar ook enkele nieuwe. Vooral het lied ‘And we drink, a drink…’ over Franky Van der Elst heeft veel bijval bij de supporters. Eindelijk had de supporter geen excuses meer om niet te moeten zingen. Ze hadden de teksten en konden als ze het wilden thuis oefenen. Ons initiatief dat door de supporter op applaus werd onthaald, moet ook de supportersfederatie niet ontgaan zijn. Want toen Jelle contact opnam met Luc Demuynck om eens te praten over een eventuele samenwerking tussen Blue Army en de Supportersfederatie bleek die maar al te graag op deze vraag in te gaan. Na enkele afspraken tussen Jelle en Luc Demuynck werd besloten dat we tijdens een bestuursvergadering van de Federatie eens concreet zouden afspreken hoe we toe een samenwerking konden komen. Tijdens die vergadering op een dinsdagavond in de cafetaria van Club, bleek dat vooral Luc Demuynck aanstuurde op een samenwerking. Wij van onze kant waren ook positief omdat dit een win-win situatie zou zijn voor de Clubsupporter. Daar werd afgesproken om in functie van het volgend seizoen te werken, en iets speciaals te doen voor de leden van de Federatie. Intussentijd moesten we het vierde nummer voorbereiden dat in het teken stond van de wedstrijd tegen de nekken. Maar er was meer in dit nummer voor het eerst kregen we een gastschrijver: een zekere Bart Uyttersprot uit Zaventem. Bart was in de periode dat hij hier nog speelde bevriend geraakt met Robert Spehar en had nu een telefonisch interview met hem weten te versieren. Het was een goed artikel voor het fanzine omdat Spehar in zijn tijd heel populair was bij de Brugse supporters. Bart zelf zouden we later nog tegen komen. Ook werd in dit nummer voor het eerst gesproken van Ons Vak. Aangezien de tribunes achter de goal bijna volledig klaar waren, leek dit ons het ideale moment om  een oproep te doen naar de Clubsupporter om volgend jaar een abonnement te nemen in de nieuwe Noordtribune. Van daaruit zouden we telkens onze ploeg vooruit stuwen. Wij zouden alles regelen voor de abonnementen van de mensen die mee met ons naar de Noord gingen.

IMG_5552

Omdat Blue Army meer en meer werk met zich begon mee te brengen en ik dit nog moeilijk kon combineren met andere activiteiten, werd in maart ’99 besloten om het redactieadres te verhuizen naar Izegem. Stoffel die een administratieve functie heeft, nam het van mij over. Voor mij was het echt niet meer te doen, ik had ’s avonds soms laat gedaan met werken en moest dan nog voor Blue Army beginnen. Het gevaar bestond dat er sommige zaken niet of te laat zouden gebeuren, en dit kon niet. Eigenlijk was ik ook een beetje opgelucht dat Stoffel het overnam, want met papierwerk ben ik geen held.

Het succes, dat Blue Army intussen was geworden, bleef ook niet onopgemerkt voor de pers. Voetbal België naast Voetbal Magazine het toonaangevende voetbalblad wijdde in zijn maart nummer een ganse pagina aan Blue Army. Ik kon me nog goed herinneren dat ik een telefoontje van Jelle kreeg die heel opgewonden was. “We staan in Voetbal België, een volledige bladzijde”, was het eerste dat hij riep. Ik wist direct waarover het ging, sprong in mijn auto, reed naar de dichtstbijzijnde krantenwinkel, kocht Voetbal België en ging koortsachtig op zoek naar de pagina, en ja hoor daar was ze. Een volledige bladzijde zoals Jelle had gezegd. Ik kreeg er kippenvel van, dat was het eerste hoogtepunt in de geschiedenis van Blue Army. We hoopten dat deze verschijning in Voetbal België ons nog meer leden zou opleveren.

Tot hier toe was alles al meegevallen maar één ding lag ons nog altijd zwaar op de maag. Hoeveel brieven we ook stuurden we kregen maar geen antwoord op ons schrijven aan de Brugse bestuurstop. Het was echt hemeltergend dat ze nog niet het fatsoen hadden om ons iets te laten weten. Uit de commentaren van ander mensen die Club reeds hadden aangeschreven, bleek dit de macht der gewoonte te zijn. Natuurlijk kan men bij Club niet alle brieven die binnenkomen, beantwoorden. Maar als het een brief is met een duidelijke vraag omtrent samenwerking, dan mag men toch een antwoord verwachten. In ons vijfde nummer kwamen wij hier natuurlijk uitgebreid op terug.

Wie we ook terug zagen in dit nummer was Bart Uyttersprot die instond voor de organisatie van de allereerste Miss Club Brugge verkiezing. We waren door hem uitgenodigd om in de gemeentezaal van Zaventem de preselecties mee te maken. Hoewel het toen een lange namiddag werd, stond de organisatie zo recht als een huis. Bart bleek op dat vlak talent te hebben, misschien was dit wel iets voor Blue Army. Tijdens die dag zouden we nog iemand tegen komen die later een rol van betekenis zou spelen bij ons, maar op dat ogenblik zelf waren we nog onbekenden voor elkaar. Met nog één nummer te gaan, kwam stilaan het einde van het eerste jaar Blue Army in zicht. Een jaar dat verrassend goed was verlopen. Er stond een organisatie die gezien mocht worden en die duidelijk aansloeg bij de Clubsupporters. Getuige daarvan waren de 289 abonnees die we wisten te behalen. Het overtrof onze stoutste verwachtingen, want ons streefdoel was 200 à 250 leden in het eerste jaar. Het was voor ons duidelijk dat de Clubsupporter nood had aan een dergelijk fanzine, ook door het feit dat het eigen magazine Blauw-Zwart niet erg populair was. Blauw-Zwart werd gezien als het blaadje van het bestuur en de sponsors. Nooit of te nooit zou je er enige vorm van kritiek aan het adres van Club in terug vinden, en dat was juist het grote verschil met ons. Was het daarom dat het bestuur niets met ons te maken wou hebben of dachten ze nog steeds dat we hooligans waren? Wij van onze kant bleven proberen om toenadering te krijgen want vroeg of laat hadden wij het bestuur nodig en zij ons.

Het laatste nummer van Blue Army in het eerste levensjaar was eigenlijk een triestig nummer. We moesten afscheid nemen van een speler die 15 jaar lief en leed met ons gedeeld had, een man waarvoor ik eindeloos respect had. Franky Van der Elst. Toen we enkel weken voor de deadline van het laatste nummer de artikels verdeelden stond ik erop om het artikel over Franky te doen. Ik moest en zou de bewondering en het respect dat ik had voor deze man verwoorden via mijn pen. De oplage voor dit nummer hadden we opgeschroefd tot 800 stuks wetende dat de kleurenfoto van Franky op de cover mensen ging lokken. Ook moesten we voor een trofee zorgen die we bij de laatste thuiswedstrijd zouden overhandigen. Het werd een trofee uit plexiglas.

Via de supportersfederatie kregen we van Club de toestemming om deze trofee na de wedstrijd tegen Westerlo aan Franky te geven. Het zou voor Blue Army en nieuw hoogtepunt betekenen in onze nog jonge geschiedenis. Meer bepaald voor mij zou het een absoluut hoogtepunt worden aangezien ik persoonlijk de trofee mocht overhandigen.

En zo geschiedde op 16 mei 1999. Het was een beetje een eigenaardige dag voor ons en Club. We hadden nog kans om kampioen te spelen, maar er was ook het afscheid van Franky. Deze speciale situatie gaf de wedstrijd een apart gevoel, gans Brugge zou niet liever hebben dan Franky uit te wuiven met een landstitel. Maar toen uit Harelbeke de berichten kwamen dat Genk daar aan de winnende hand was, wist iedereen snel dat dit ijdele hoop was. Wij van onze kant waren er tegen Westerlo een spektakelstuk van aan het maken, met Franky in een uitblinkersrol. De aanmoedigingen aan het adres van Franky werden met de minuut luider en heviger. Hoe meer minuten er voorbijgingen hoe zenuwachtiger ik werd, straks moest ik het veld op. Een kleine tien minuten voor tijd verlieten ik, Stef, Jelle en Stoffel onze plaatsen om richting catacomben te trekken. We moesten binnen nog enkele minuten wachten tot we het signaal kregen om via de spelerstunnel naar de rand van het speelveld te gaan. We waren niet alleen om Franky te huldigen, tal van supportersclubs waren ook op de afspraak. De wedstrijd werd beëindigd maar het duurde nog even voor we het teken kregen om buiten te gaan. Toen Franky nog zijn ereronde aan het lopen was, kregen we eindelijk de toestemming, eindelijk het had lang genoeg geduurd. Intussen waren mijn handen nat van het zweten, niet de warmte maar de zenuwen speelden mij duidelijk parten.

Toen ik daar aan de rand van het veld stond, kon ik eens merken hoe het aanvoelt om daar beneden te staan met duizenden mensen in de tribunes. Het is de moeite om de volle tribunes te zien en te horen. Toen Franky aan de Noordtribune kwam en die massaal ‘You’ll never walk alone’ begon te zingen, kreeg ik het toch en beetje moeilijk. Het was vechten tegen de tranen en niet alleen bij mij. Ik zag Vital en Gertje zitten ook vechtend tegen de tranen. Vital keek naar mij maar zei niets, hoefde ook niet. Onze blikken naar elkaar zegden genoeg. Het was duidelijk dat dit afscheid van onze levende legende niemand onberoerd liet. Intussen was Franky aan de laatste meters van zijn ereronde bezig en moest iedereen die iets wou afgeven zich in een rij zetten. We hadden reeds voor de huldiging besloten om als laatste de trofee af te geven. De rij mensen voor mij werd steeds kleiner en kleiner tot … ja het was aan mij. Als een verlegen jongen gaf ik de trofee aan Franky, schuddend en bevend van de zenuwen. Ik wou zoveel zeggen tegen de man waar ik naar opkeek, maar meer dan een ‘bedankt voor alles’ kreeg ik er niet uit. Jelle, Stoffel en ik poseerden samen met Franky terwijl Stef de foto’s trok. Alle vier waren we ongelooflijk trots dat wij persoonlijk de Blue Army trofee mochten overhandigen. Maar alle vier waren we ook leeg, kapot en gebroken om het verlies van Franky. Niemand dacht nog aan de verloren titel ten gunste van Genk, dit was zoveel erger.

Met deze wedstrijd zat het eerste jaar van Blue Army erop en zoals eerder al aangegeven, hield iedereen er een goed gevoel aan over. Er was wel een financieel verlies ontstaan dat ik en Jelle voor onze rekening namen. Eindelijk was er vakantie, het was een slopend seizoen geworden als supporter en bestuurslid van Blue Army. Toen ik voor mij zelf nog eens de film van de afgelopen maanden terugspoelde, moest ik toch vaststellen dat mijn supportersleven danig verstoord was. Er was altijd wel iets te doen zodat er van rustig een pintje drinken voor de wedstrijd niet veel meer in huis kwam. Meestal was het in de Olympialaan aan de bussen boekjes verkopen. Waar ik trouwens in het begin een grondige hekel aan had. Ik was gewoon om een 1,5 uur voor de wedstrijd in het café te hangen met mijn vrienden en nu stond ik in weer en wind buiten. Jelle die de café’s aan de ‘Platse’ voor zijn rekening nam, had er blijkbaar minder moeite mee. Door zijn vlotte babbel en zijn gedrevenheid ging dit in sneltempo. Terwijl ik door mijn verlegenheid moeite had om de mensen zomaar aan te spreken, vandaar ook mijn hekel aan de verkoop.

Hoewel dus de competitie gedaan was, bleven Jelle en ik wekelijks in contact om te praten over de verdere uitbouw van het fanzine. Er was ook de voorbereiding van de opendeurdag op Club Brugge waar we via de supportersfederatie aanwezig mochten zijn. We waren ook bezig met de verdere uitbouw van de redactie. Er doken een drietal nieuwe namen op die we tijdens de Coming Together bij Jelle thuis in Anzegem welkom zouden heten. Het ging om Bart Uyttersprot, die reeds enkele keren bij ons ter sprake was gekomen, omwille van zijn schrijf- en organisatietalent. Bart was de man achter het artikel van Spehar en organisator van de Miss Club Brugge verkiezing. In zijn kielzog bracht hij de kersverse Miss Club Brugge, Isabelle Vanderhoeven, mee. Een sympathieke dame uit Evere. Ten derde was er Jürgen die zich had aangeboden om Blue Army op het net te plaatsen. Alle drie kwamen ze op proef bij ons, om zich te kunnen bewijzen. Deze Coming Together die in het teken van de voorbereiding van het tweede seizoen stond werd ook bijgewoond door Luc De Ridder die namens de supportersfederatie van de partij was. Het was een warme dag daar in Anzegem toen Jelle gewoontegetrouw het woord nam. Eerst werd voor de nieuwelingen nog eens uitgelegd waarvoor Blue Army eigenlijk stond. Wat we wilden bereiken en wat de veranderingen zouden zijn voor het komende seizoen. Want er waren toch een pak veranderingen die Jelle in ik de weken daarvoor reeds hadden besproken. Zo ging het formaat van ons fanzine van het grote A4 naar het handiger A5 formaat. Eerst was ik er niet voor te vinden, ik had schrik dat het lettertype te klein ging uitvallen voor de oudere mensen die het fanzine zouden lezen. Stoffel kon me overtuigen met een voorbeeld op die grootte. Ook had hij de cover in een nieuw kleedje gestoken op een werkelijk prachtige wijze. Jelle en ik hadden ook uitgerekend dat we de prijs van het fanzine moesten optrekken tot 50 Bef om het rendabel te maken. We wilden ten koste van alles een situatie als vorig jaar vermijden en er geen geld aan toesteken. Jelle zou daarenboven nog een doorgedreven advertentiewerving doen. De opendeurdag die de dag na deze Coming Together zou plaatsvinden, kwam uiteraard ook aan bod. We zouden samen met de Supportersfederatie ergens op de oefenvelden van het Olympiacomplex staan. We zouden er ook voor de eerste keer aan merchandising doen door zwarte polo’s te verkopen. Op die polo’s was op borsthoogte ons logo geborduurd. Omdat we niet teveel als geldwolven wilden overkomen, werd de prijs redelijk lang gehouden. Er stak eigenlijk een tweedelige reden achter onze merchandisingpolitiek. Ten eerste was er de winst die we terug zouden gebruiken in de uitbouw van het fanzine en ten tweede was er de naambekendheid die op deze wijze zou vergroten.

Zondag 11 juli de Vlaamse feestdag was het zover. Reeds van ’s morgens reden ik, Stef en Lyndsay (de dochter van mijn vriendin) naar Brugge om alles in orde te maken voor de hopelijk massale opkomst. Stoffel en Jelle zouden er ook zijn met onze nieuwe polo’s. We hoopten dat Club ons en de Supportersfederatie een goede plaats had gegeven, ergens te midden de drukte. Groot was onze ontgoocheling toen we ter plaatse moesten ontdekken dat we in de verste uithoek van het Olympiacomplex zaten. Zowel wij als de federatie konden er niet om lachen, het bleek wel of er mocht geen volk naar onze stand komen. Dit was weer typisch Club. Nu was het geen reden voor ons om bij de pakken te blijven zitten. Met volle moed begonnen we ons te installeren en onze polo’s uit te pakken.

Stoffel en ik zouden de verkoop doen. Jelle zou zich bezig houden met het werven van sponsors in en rond Olympia. Stef en Lyndsay moesten flyers uitdelen met daarop onze abonnementenwerving. De federatie had een levensgroot voetbalspel gehuurd waar supportersclubs het tegen elkaar moesten opnemen. Het was voor een deel daaraan te danken dat er toch nog volk kwam opdagen. Uit nieuwsgierigheid kwamen ze dan eens naar ons kijken, want de meesten hadden nog niet van Blue Army gehoord. Eens bij onze stand was het voor ons de kunst ze ofwel een abonnement te verkopen of ze een polo te laten kopen. Vooral dat laaste lukte wonderwel, ze vlogen echt de deur uit. De uren waren zo voorbij tot het tijd was om in te pakken en naar de ploegvoorstelling te gaan kijken. We waren tevreden over deze dag. De merchandising sloeg echt aan bij de supporters, Jelle had veel cafébazen weten te overtuigen om voor volgend jaar een advertentie te plaatsen. En de meeste flyers werden verdeeld. Maar vooral: we hadden veel mensen weten te overtuigen om een abonnement te nemen op Blue Army. Spijtig dat Club ons in een uithoek van het Olympiacomplex had gestoken anders was het misschien nog beter verlopen.

Maar geen nood op 30 juli konden we zelf tekst en uitleg vragen aan het bestuur. Dankzij Freddy Vermassen uit jawel … Anderlecht, die al jaren bevriend was met Vanhove konden we een ontmoeting regelen. Het was op een vrijdag dat Jelle en Stoffel zich naar het Jan Breydelstadion begaven. Ik was er niet bij omdat ik een beetje faalangst had. Ik wist van mezelf dat ik mij veel te nerveus zou maken en compleet zou dichtklappen tijdens die vergadering. Bij zo’n gelegenheden speelt verlegenheid mij veel parten, ik krijg er dan geen noot uit. Met Jelle, een vlotte prater, en met Stoffel was ik gerust dat we geen slecht figuur zouden slaan. Jelle had zijn marketingervaring laten gelden en alles tot in de puntjes geregeld. Alles moest perfect verlopen want de eerste indrukken blijven meestal het langst hangen. Jelle had me beloofd direct na de vergadering te bellen om te vertellen hoe het was geweest. Aangezien het bestuur van Club ons als hooligans zag, was ik wel een beetje nerveus. Onterecht zo bleek later toen Jelle me opbelde. Alles was naar wens verlopen en er werd zelfs een nieuwe afspraak geregeld. Het was een pak van mij hart, dit hadden we nodig. Eindelijk na 1 jaar Blue Army was er een opening richting bestuur. Dit was de ideale afsluiter van ons eerste seizoen. Het betekent wel niet dat we konden gaan rusten want er was nog werk genoeg.

We kregen wel een kleine domper te verwerken door het afhaken van Steve. Hij kon steeds minder en minder tijd vrij maken voor Blue Army was zijn redenering. Ikzelf had het gevoel dat het om andere redenen was, maar ging er nier verder op in. Ik vond het wel spijtig maar iedereen maakt zijn eigen keuzes. Het leven van Blue Army ging hoe dan ook verder. Zo verhuisden we van Vak 17 naar een plaats hoog in de nieuwe Noordtribune. 55 Blue Army leden volgden ons voorbeeld en gingen mee. Als service naar de mensen toe zorgde Blue Army ervoor dat ze hun abonnement kregen thuisgestuurd. Het tweede jaar moest voor ons het jaar van de bevestiging worden. We moesten meer en meer bekend worden bij de Clubsupporter. Het vlot binnen komen van de abonnementen deed ons het beste verhopen en ook de losse verkoop van de fanzines bleef stijgen. Blue Army had duidelijk naam gemaakt. En we waren vastbesloten om nog meer naam te maken.

Op het einde van het eerste jaar hadden we al gemerkt dat we meer en meer klachten aan het adres van het bestuur binnenkregen. Die klachten waren van uiteenlopende aard maar meestal ging het om de klantvriendelijkheid en de service naar de supporters toe. De meeste supporters waren niet tevreden hoe zij bij Club soms werden behandeld. Negen van de tien brieven die we binnen kregen, handelden over dit onderwerp. Voor ons werd het snel duidelijk dat de Clubsupporter meer van ons verlangde dan enkel een fanzine. Zij zagen ons door onze vergaderingen met de heer De Nolf als een spreekbuis richting bestuur. Een taak die wij maar al te graag erbij namen; Wij van onze kant hadden ook bedenkingen over de behandeling van de supporters vanwege Club. We vonden dat de supporter het recht had op een faire en correcte behandeling. Zij staken tenslotte veel tijd, energie en geld in Club. De wens van de supporter was ons bij manier van spreken heilig. Maar om helemaal het gevoel en het gedacht van de supporters te kunnen verwoorden, moesten we eerst meer te weken komen voer de supporter zelf. Het ideale middel hiertoe was een enquête.

Via 55 doelgerichte vragen konden we de mening van de supporter achterhalen en dit gebruiken in onze contacten met het bestuur.

In november van 1999 deelde Blue Army 10.000 enquêteformulieren uit aan de toegangswegen naar het stadion. De reacties van de supporters die een formulier kregen toegestopt, sprak boekdelen. De meesten waren sprakeloos over het feit dat voor het eerst hun mening als Clubsupporter werd gevraagd. Van de 10.000 uitgedeelde formulieren kregen we er ongeveer een 720 teruggestuurd. De resultaten van de enquête werden op een heuse persconferentie uit de doeken gedaan. We gingen dit echt groots aanpakken een hadden de ganse Belgische pers uitgenodigd. Van Patrick Modde mochten we een deel van de cafetaria onder de hoofdtribune gebruiken. Alles was tot in de puntjes geregeld. Er waren zelfs broodjes voorzien voor de heren van de pers. En ze waren er: Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, Brugsch Handelsblad, Het wekelijks nieuws, Blik en zelfs VRT Radio 2. Allemaal waren ze uiterst benieuwd naar de resultaten van onze eerste supportersenquête. De resultaten lagen in de lijn van de verwachtingen, het Clubbestuur kreeg de zwarte piet toegeschoven. Vooral op vlak van de klantvriendelijkheid kregen ze een zware onvoldoende. Voor ons weeral een signaal dat de supporter wel degelijk gevoelig is voor zulke materie. De pers was wel geïnteresseerd, maar dit kon men niet van Club zeggen. Hoewel we de volledige resultaten hadden opgestuurd, kregen we geen teken van leven. Geen telefoon of fax, gewoonweg niets.

Intussen ging het leven van Blue Army verder. Miss Club Brugge Isabelle wordt na een inloopperiode vast redactielid terwijl Bart van zijn kant de boot nog afhoudt en voorlopig losse medewerker blijft. Jürgen van zijn kant moet uit tijdsgebrek ook afhaken. Door zijn opvolger stond al klaar, het was Dieter Coysman uit Harelbeke. Dieter had zijn strepen op het net al verdiend, zo goed zelfs dat hij met Club aan het onderhandelen was om mee te werken aan de officiële Clubsite. Omdat de eerste songbooks niet echt een succes waren, besloten we om er nieuwe te laten drukken maar ditmaal in een handiger formaat. De 10.000 stuks werden gratis uitgedeeld aan de stadionpoorten. Gezien de vele inkomsten in het begin van het jaar konden we het ons permitteren. Of ze er iets mee te maken hadden weet ik niet maar men kon toch vaststellen dat de sfeer er weer op vooruit was gegaan. Hoog in de Noord konden we toch telkens een deel van het publiek mee trekken. Niet dat het elke keer vollen bak ambiance was, maar de doodse stilte die er vroeger heerste, was grotendeels weg. In die tijd had ik bij de thuiswedstrijden een trommel bij om de boel nog wat aan te zwengelen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik dat van in het begin tegen mijn goesting deed. Met die trommel op mijn schoot kon ik me niet meer uitleven zoals vroeger. Recht springen, mijn armen de lucht in steken, al van die dingen werden verhinderd door de vervloekte trommel. Na een paar maanden hield ik het dan ook voor bekeken, dat was niets voor mij. Ik heb er wel een leukte anekdote aan over gehouden. Het was de thuiswedstrijd tegen AA Gent. Club speelde die dag niet echt denderend, maar via de trommel wou ik sfeer maken. Dit lukte niet echt en toen het op het veld ook van kwaad naar erger ging, steeg bij mij de frustratie. Enkele minuten na de derde goal van Gent (1-3) was het dan zover. Zonder het zelf te beseffen klopte ik een gat in de trommel. Natuurlijk lag iedereen rondom mij plat van het lachten, dit was echt een afgang.

In het tweede jaar van Blue Army vonden we dat het eens tijd werd om in de Noord een mega-actie te doen. De wedstrijd waar het moest gebeurden was die tegen die club uit het Brusselse, en onze bedoeling was om gans de Noord vol blauw en zwarte ballonnen te steken, in totaal zo’n 9.000 stuks. Via een oproep in het fanzine waren we aan een paar sponsors geraakt die de ballonnen zouden bekostigen. Samen met een twintigtal vrijwilligers gingen we een 1,5 uur voor de wedstrijd de ballons op de zitjes leggen. Maar dit bleek sneller gezegd dan gedaan. Door de strakke wind in de Noord rolden de ballonnen terug van de zitjes. Het was echt niet te doen, daarom besloten we om ze boven aan de ingangen te verdelen. Per twee werd aan de ingangen postgevat en aan ieder die de tribune opkwam, werd een ballon gegeven. De reacties waren afwisselend. De jongeren waren positief, de iets ouderen vonden het dan weer flauwekul. Ik had al een beetje een vermoeden dat het niet echt zou lukken, en dat werd bij het opkomen van de spelers dan ook het moment van de waarheid. Een deel van de supporters had niet de discipline en hadden hun ballon reeds de lucht in gelaten, een deel deed dan weer niets. Zodat uiteindelijk maar een beperkt aantal ballonnen de lucht in gingen. Of te wel was dit niets voor de Clubsupporter of anders hadden we het niet goed aangepakt.

Gezien de lauwe reactie bij het verdelen van de ballons was het voor ons duidelijk dat het geen zin had in de toekomst nog iets dergelijks te proberen. We hadden gespeeld en verloren, maar we waren een ervaring rijker.

Geert, een jarenlange vriend van op het voetbal, zag ook dat we veel energie en tijd in Blue Army staken en had mij al eens gevraagd of hij zich niet kon aansluiten bij de redactie van Blue Army. Geert was gemotiveerd en had ook de juiste spirit, dus was zeker welkom bij ons. We waren nu met zijn achten en vonden dit genoeg om een goede werking te hebben.

Jaar twee liep langzaam ten einde en het was een beetje vergelijkbaar met het eerste gegaan. Want ook dit jaar moesten we van iemand afscheid nemen die de Brugse supporters nauw aan het hart lag. Voor ons was het nog erger want het was niemand minder dan onze peter Vital die ons verliet.

Door een onbegrijpelijk incident met sommige mensen van het bestuur ging Vital na zoveel jaar van ons weg. Weer moesten we het veld op om afscheid te nemen. Hoewel ik deze keer minder geëmotioneerd was, deed het toch pijn aan het hart om Vital een afscheidstrofee te moeten schenken.
Twee jaar Blue Army en telkens het terrein op om een Clublegende uit te wuiven. Leuk is het niet. We hadden dan wel over de 900 abonnees maar we hadden plots geen peter meer. Er waren twee kandidaten: Gert Verheyen en Philippe Clement waarvan Philippe aan het langste eind trok. Dat onze keuze uitgerekend op Clement viel, was een gevoelskwestie. Philippe kwam een jaar geleden van Coventry City en was perfect op de hoogte van de Engelse mentaliteit waar wij zo naar streefden. Er is nergens ter wereld zo een nauwe band tussen speler en supporter als in Engeland. Philippe was uiteraard bereid de fakkel van zijn vriend Vital over te nemen.

Na een welverdiende vakantie met ondermeer een reis naar Oostenrijk, waar we samen met enkele vrienden de voorbereidingsstage van Club gingen volgen, begon voor Blue Army de voorbereiding van het derde seizoen. Weeral gingen we verhuizen naar een andere plaats. Dit keer gingen we van vak 222 naar vak 223 in de Noord, zo’n 107 leden volgden ons voorbeeld. Jelle mocht samen met de heer Moonen van Club de opendeurdag voorbereiden. Meer zelfs we zouden voor deze gelegenheid een mooie plaats ergens achter het logegebouw krijgen. Niet zoals het jaar daarvoor toen we samen met de Supportersfederatie een plaats ergens in een uithoek kregen. En zoals beloofd kregen wij op een zonnige zondag in juli een perfecte plaats achter het logegebouw. Speciaal voor deze opendeurdag hadden we een tent gehuurd om onze gasten/klanten op een deftige manier te kunnen ontvangen.

Ook hadden we weer aan merchandise gedacht en lagen er nu nieuwe polo’s en T-shirts klaar om te verkopen. Het werd op zijn zachtst gezegd een drukke dag. Bij momenten was het echt niet te doen van de drukte in onze tent. Gelukkig hadden we volk genoeg opgetrommeld om te helpen. Dat het bij ons meer dan aardig liep was ook de heer Moonen niet ontgaan, regelmatig kwam hij vanop afstand eens een kijkje nemen wat er allemaal aan de hand was. Graag had ik toen zijn gedachten willen lezen, want ik wist niet of ze echt gelukkig waren bij Club met deze gang van zaken. Ook bij de Supportersfederatie waren ze niet zo opgetogen over ons succes. Eigenlijk vanaf die Opendeurdag is onze relatie met de federatie nooit meer hetzelfde geweest. Hoe dan ook het seizoensbegin was schitterend ingezet. En het werd nog beter toen we voor het tweede nummer van Blue Army Antoine Vanhove wisten te strikken voor een interview. Eindelijk konden we al onze vragen en grieven rechtstreeks aan de grote man van Club Brugge voorleggen. Het werd een openhartig gesprek waar we geen enkel thema onbesproken lieten. Op een gegeven moment liet Antoine Vanhove zich ontvallen dat hij blij was met de komst van Blue Army. Twee jaar geleden vergeleek men ons met hooligans en nu was men blij met onze komst. Dat was een mooi compliment en het bewijs dat we goed bezig waren.

De volgende grote afspraak voor Blue Army was de Europese thuiswedstrijd tegen Barcelona. Voor ons was dit de ideale gelegenheid om eens te kijken waar we stonden op gebied van sfeer. Het seizoensbegin was op sfeergebied indrukwekkend verlopen. Zowel uit als thuis was er bij de Brugse supporters een prettige sfeer vast te stellen. Maar dit was iets anders, dit was zo gigantisch dat we er een groot feest van wilden maken. Gans België en een deel van Europa zou naar deze wedstrijd kijken. Blue Army kon met één slag bekend worden in gans Europa. De week voor de wedstrijd hadden we brieven gestuurd naar alle voorzitters van de supportersclubs om ter gelegenheid van deze wedstrijd eens iets extra’s te doen. Verder werd er opgeroepen om gans het stadion in het blauw en zwart te tooien door middel van sjaal, spandoeken en dergelijke. Ook werd gevraagd om vocaal een tandje bij te steken. Hoog gespannen waren dan ook onze verwachtingen die avond. Het stadion was compleet uitverkocht met 29.500 Bruggelingen. Reeds voor de wedstrijd was er een geweldige sfeer, die ons deed terugdenken aan vervlogen tijden. Ook het eerste kwartier van de wedstrijd was het genieten geblazen. Tot in de twintigste minuut een doelpunt van Barcelona onze adem afsneed. Weg was de sfeer ondanks verwoede pogingen van enkelingen. Toen enkele minuten later een tweede doelpunt volgde, was de kous helemaal af. Het werd zelfs nog erger. Stilaan begonnen de gezangen aan het adres van Kluivert de kop op  te steken en het waren niet van de minste. Het waren de gezangen voor Kluiverts moeder. De tweede helft werden ze massaal gezongen in de Noord zodat het voor ons onmogelijk was hier iets tegen te beginnen. Voor ons werd het niet alleen sportief maar ook extra-sportief een kater van jewelste. We hadden de kans om naam te maken in Europa en hadden ze grandioos verkeken. Dat was een slag die nog lang bleef nazinderen.

Buiten dat incident was het een goed voorjaar met daarin ook de verkiezing van de tweede Miss Club Brugge. Omdat Bart nu deel uitmaakte van Blue Army nam deze ook de organisatie voor zijn rekening. In tegenstelling tot de eerste keer was het nu in één dag, en dit ter gelegenheid van de thuiswedstrijd tegen Mechelen. Plaats van het gebeuren was ‘de Klokke’ boven de Clubshop  en het Jan Breydelstadion. Alles was door Bart tot in de puntjes geregeld. Er waren tal van proeven waar de 10 kandidaten zich moesten weten te bewijzen. Jelle praatte het ganse gebeuren aan elkaar en ik mocht de ganse tijd mij met de kandidaten bezig houden. Ik moest ze zogezegd begeleiden wat ik natuurlijk met volle overgave deed. Ook onze peter Philippe Clement deed een duit in het zakje. Door zijn kwetsuur kon Philippe zich vrij maken en zich onderwerpen aan een kort interview van de kandidaten. Na de middag had Club ons de toelating gegeven om een paar proeven op het hoofdterrein af te werken. Een mooie geste van Club. Na de verkiezing met Leen Deschacht als winnares, waren we tevreden dat de ganse organisatie perfect was verlopen, iedereen van Blue Army had zijn werk goed gedaan. Ook de kandidaten waren na afloop tevreden over de organisatie, ze hadden zich uitstekend geamuseerd. Ik moet er wel bijvoegen dat gans deze dag niet mogelijk was geweest zonder de medewerking van Club. Nogmaals bedankt hiervoor.

Maar dat Club ook minder goede kanten heeft, konden we ook al vaststellen. In ons vierde nummer van dit jaar verscheen er een artikel over de grollen van het bestuur. In dat artikel werd het optreden van Antoine Vanhove bekritiseerd. Er was de roddel dat Sven Vermant naar Brussel zou trekken na dit seizoen, er was de enveloppenzaak en er was het kort geding tegen de KBVB dat eerst wel en dan weer niet doorging. Voor ons was dat op dit moment en met de gegevens die we uit de pers moesten vernemen een gerechtvaardigd artikel. Maar bij Vanhove was het duidelijk minder goed aangekomen. Enkele dagen na het versturen van de fanzines kreeg ik telefoon van een razende Vanhove. In niet mis te verstane woorden zei hij mij wat hij van het artikel vond. Hij dreigde zelfs dat, als hij in het volgende nummer geen rechtzetting zou krijgen, hij ons een proces zou aandoen. Hij deed er zelfs nog een schepje boven op. “Ik kan Blue Army kapot maken en jullie komen het stadion niet meer in, ik eis een rechtzetting”, waren zijn woorden. Ik stond als aan de grond genageld. Dit was toch het laatste wat ik van de heer Vanhove verwacht had. Hij verweet ons een éénzijdig beeld te hebben gegeven. Alles was uit de kranten overgenomen en daarom verkeerd. Je moet niet alles geloven wat ze in de pers schrijven. Ik vond dat hij ergens wel gelijk had, we hadden het enkel uit de pers gehaald en niet de andere kant van het verhaal gehoord. Maar dit gaf hem nog niet het recht om ons af te dreigen. Toen hij uiteindelijk al een beetje gekalmeerd was, stelde ik voor om eens rond de tafel te gaan zitten en eens te kijken hoe we dat in de toekomst konden vermijden. Enkele dagen nadien zijn Jelle en ik dan bij Vanhove geweest en hebben we dit spijtig voorval als grote mensen uitgepraat. Uit deze ganse geschiedenis hebben we geleerd dat het best is alle kanten van het verhaal te horen voor het te publiceren.

Ondertussen was Blue Army uitgegroeid tot een 1500 leden, een cijfer waar we voor het seizoen naar streefden.

Als laatste feit uit de geschiedenis van Blue Army wil ik het nog eens hebben over onze actie die de naam (BE)STUURLOOS mee kreeg. De reden van deze actie kwam enerzijds door het wegvallen van Antoine Vanhove door ziekte. En anderzijds door de berichten op financieel vlak. Door het wegvallen van Antoine bleek Club een stuurloos schip geworden.

IMG_5544

IMG_5546

IMG_5549

IMG_5548

Op een schrijnende manier werd duidelijk dat hij veel zoniet alle touwtjes in handen had. Het bleef windstil op alle vlakken nu hij er niet was. Omdat ondertussen ook Sollied van zich liet horen in verband met het stilstaan van Club, begonnen we ons ongerust te maken. Daarbij kwam dan nog de affaire met de fiscus en het bericht van het exploitatieverlies van vele miljoenen. Toen daar ook nog de mindere resultaten van de ploeg bijkwamen, was voor ons de maat vol. We planden een actie om het bestuur wakker te schudden. Tijdens een thuiswedstrijd zouden we met spandoeken ons ongenoegen uiten. Ook gingen we via gezangen onze boodschap kenbaar maken. De reactie van de supporters was positief, ook zij vonden het tijd om het bestuur eens duidelijk te maken dat ze het niet eens waren met wat er allemaal gebeurde. Ook de pers was onze actie niet ontgaan, ze werd in het lang en in het breed in de kranten uitgesmeerd. Zelfs op de radio in ‘Wat is er van de sport?’ werd de heer Van Maele met onze actie geconfronteerd. Doodleuk vertelde hij dat hij de mensen die de actie op het touw hadden gezet niet kende. Als uitsmijter vergeleek hij de actie met de actie van de hooligans van PSV, die een paar dagen eerder tijdens een Europese wedstrijd het veld hadden bestormd. Dit vonden we toch wel een beetje overdreven. Dat hij ons niet kende, konden we begrijpen omdat we telkens maar een aantal fanzines naar Club stuurden. Ook had Club een bericht gekregen in verband met onze actie. Maar als de heer Van Maele ons niet kende dan moesten we eens kennis maken met deze heer, en prompt besloten we om een interview met de heer Van Maele te vragen. Dit voorval was ook de reden waarom we toen zijn overgegaan naar een petitieactie. De petitie zijn we begonnen tijdens de thuiswedstrijd tegen Westerlo, en dankzij de uitstekende hulp van de taskforce van Blue Army hadden we op een klein uur toch een 2500 handtekeningen. Vele supporters waren ons dankbaar dat we onze nek durfden uitsteken naar het bestuur. Eindelijk was er iemand die zei wat de supporter dacht.

IMG_5543

Na verloop van tijd kregen we antwoord van Club op onze vraag om de heer Van Maele te spreken. We kregen de kans om met het directiecomité te praten en daar onze grieven op  tafel te leggen. Tijdens die vergadering op een dinsdag bleek dat ze het verrassend eens waren met een paar punten van onze actie. Er werd besloten om in de toekomst de communicatie onderling te verbeteren. Zo zouden ze perfect op de hoogte zijn van wat er onder de supporters leefde. Het moet gezegd worden dat het Clubbestuur volwassen op deze actie heeft gereageerd, iets wat men van de federatie niet kan zeggen. Althans sommigen onder hen niet. Op een slinkse en achterbakse manier wilden ze onze actie afdoen als ware het een actie van oproerkraaiers. Kindergedoe was het, dit terwijl de meerderheid van de Brugse supporters wel degelijk achter onze actie stond. Dat onze relatie met de Supportersfederatie hierdoor een ferme deuk heeft opgelopen, is niet meer dan normaal. Een supportersfederatie moet er zijn voor de supporters en niet om het bestuur te behagen. Ik hoop dat ondertussen alles terug in zijn plooi is gevallen, want aan een ruzie tussen Blue Army en de federatie heeft de supporter niets.

Zo ik hoop dat jullie een beetje inzicht hebben gekregen in wat of wie Blue Army eigenlijk is, en dat jullie plezier hebben beleefd aan het lezen van mijn bijdrage. Ik weet dat ik zeker duizend en één dingen vergeten vertellen ben, en dat ik tal van mensen niet vernoemd heb. Maar er is in die drie jaar Blue Army dan ook ontzettend veel gebeurd. Veel meer dan ikzelf had durven dromen. Ik zie mezelf soms nog met die doos sleuren waar het eerste nummer van Blue Army in zat. Als ik het vergelijk met wat het nu is, dan kan ik niet anders dan dankbaar zijn aan al de mensen die ooit actief hebben meegewerkt. Ik beschouw Blue Army als mijn kind en ben dan ook geen klein beetje fier dat het is uitgegroeid tot zoiets moois en gigantisch. Of het nu thuis of op verplaatsing is, overal kom je Blue Army tegen. Niet alleen in de kledij die supporters dragen of de songs die ze zingen, maar ook in hun geest, in hun manier van supporter zijn. Je Club steunen door dik en dun, respect hebben voor de spelers, daar was het in de eerste plaats om te doen. Pas later, maar daarom niet minder belangrijk, hebben we de belangen van de supporter gaan verdedigen. De supporter had en heeft het recht op een faire en respectvolle behandeling vanwege Club, en daar zullen wij ten alle tijden voor strijden. Natuurlijk zijn er ook minder leuke momenten geweest zoals het afscheid van Franky en Vital.

De jaloezie die je door het succes van Blue Army bij sommige mensen merkt. We zullen er mee moeten leren leven zoals zij zullen moeten leren leven met het feit dat de supporter eindelijk een stem heeft. Ik besef tenvolle dat we soms op sommige mensen hun tenen trappen en dat het niet altijd leuk ik om kritiek te krijgen van on. Maar aan degene die dit ondervinden, zou ik het volgende willen zeggen. We willen met onze opmerkingen niemand kwetsen en weten dat iedereen het beste voorheeft met de Club en zijn supporters. Maar voor ons primeert het belang van de supporter vóór het eigenbelang. Sommige mensen hebben daar blijkbaar moeite mee, en dat zullen of kunnen we nooit aanvaarden.

Ten slotte zou ik aan dezelfde supporters ook nog een woordje van dank willen plaatsen. Zonder jullie was het een doodgeboren kind geweest, zonder jullie interesse was het niets geworden. Daarom nogmaals bedankt.

Bollie