Leo Canjels is niet meteen wereldberoemd wanneer hij in 1971 – via NAC Breda – arriveert in Brugge. Canjels is van het docerende type en verdiende zijn sporen aan de trainersschool in Zeist. Hij professionaliseert zijn selectie en transfereert Nederlandse namen zoals Wietse Veenstra (PSV) en Nico Rijnders (Ajax).

Foto Canjels 1972 bisDe belangrijkste Nederlander van Club in onderwerp van een combinatie geld-ruil. Rensenbrink naar Anderlecht, Wilfried Puis en Johnny Velkeneers richting Brugge. Het zal een vergiftigd geschenk blijken. Canjels trekt de offensieve registers open maar stuit op een typische blauw-zwarte limiet: de blessuregevoeligheid van Raoul Lambert. Wilfried Puis, de geniale linksbuiten van de jaren 60, speelt als een natte krant en is volledig uitgeblust. Rensenbrink maakt ondertussen grote sier in Brussel.

Club loopt in de eerste ronde tot zeven punten uit, maar verspeelt op de slotspeeldag de titel aan de grote rivaal. De teleurstelling zaait diepe wonden tussen Canjels en het bestuur. Hij dringt aan op harde maatregelen: Devrindt, Geels, La Fèvre en Leekens stofferen zijn nieuwe kern.
De coach is bang geworden. Hij vreest een nieuwe mislukking en voetbalt in het seizoen 1972-1973 met het slot op de deur. Club weet niet wat er gebeurt en krijgt fluitconcerten over zich heen op weg naar de eerste landstitel in 53 jaar. Het wordt voor Canjels een feest in mineur. Het bestuur is ontevreden over het spelpeil en de te hoge salarissen en de coach toont in interviews zijn nukken vanwege de beleidskritiek op de te behoudende spelstijl. Een ontslag kan niet uitblijven.

Leo Canjels verwerkt de breuk met Club in Nederland en Belgisch Limburg (MVV, Patro Eisden, Beringen) vooraleer naar Brugge terug te keren. Na drie jaar bij Cercle en twee bij KV Mechelen wordt tweede klasse (Eendracht Aalst, Boom) zijn eindpunt als coach.

(Uit “de 11” van Raf Willems)

IMG_1976 IMG_1978