Fernand De Clerck (1931-2014) is tot op heden de meest succesvolle voorzitter uit de Clubgeschiedenis. Tijdens zijn 26-jarig voorzitterschap won FCB negen landstitels, vijf bekerzeges en speelde het twee Europese finales tegen Liverpool. Hij zat van 26 mei 1973 tot de lente van 1999 op de voorzittersstoel.

Toch begon zijn voorzitterschap alles behalve rooskleurig. Een van zijn eerste belangrijke beslissingen was het ontslag van succescoach Leo Canjels, die zich in een interview met Het Nieuwsblad en De Standaard midden de voorbereidingsfase op het nieuwe seizoen bijzonder laatdunkend over de Brugse bestuurscultuur had uitgelaten. Nochtans had Fernand als een verandering in de structuur van de club doorgevoerd: de Raad van Beheer werd herleid tot maximum 6 à 7 leden en er kwamen 3 nieuwe diensten met elk een beheerder aan het hoofd.  Het ging om een juridisch-administratieve dienst (Raoul Beuls), een publico-sportieve dienst (Joseph Hutsebaut) en een medico-sociale dienst (Michel D’Hooghe). Fernand kreeg nog een zware dobber te verwerken: zijn vader en zijn medebestuurders hadden zich in hun ongebreidelde hunker naar de tweede titel na 50 jaar tot financiële avonturen laten verleiden, met als gevolg een dreigend financieel faillissement. Toch bleef manager Hutsebaut het gaspedaal indrukken en in de zomer daarna moesten vedetten als Pierre Carteus, Erwin Vanden Daele, Luc Sanders, Johan De Vrindt, Johnny Velkeneers en Ruud Geels verkocht worden. Er werd zelfs gedacht aan een fusie met Cercle en aan de verkoop van de Klokke als oplossing. Maar in de meest donkere financiële periode van Clubs geschiedenis kwam burgemeester Michel Van Maele als redder in nood: naast de eerste steenlegging van het nieuwe Olympiastadion in het najaar van 1974, richtte hij in de lente van 1975 een bestuursconsortium van bevriende zakenmensen op om Club van zijn desastreuze financiële toestand af te helpen.

©PHOTO NEWS / FERNAND DE CLERCK

In die nieuwe Olympia-thuishaven schreef Club onder het voorzitterschap van Fernand vele mooie, zoniet de mooiste, bladzijden uit zijn rijke geschiedenis. De sportieve fundamenten hiervoor werden ontegensprekelijk gelegd door de Oostenrijker Ernst Happel, die op 21 januari 1974 zijn contract tekende. Een mix van dicipline, het aantrekken van jonge spelers die zouden uitgroeien tot club-iconen (zoals Birger Jensen, René Vandereycken en Julien Cools) en het verkopen van uitgebluste spelers en vedetten, vormde het begin van een hoogconjunctuur. Na de successen onder Happel (3 titels, 2 bekers en 2 Europese finales), voegden diens opvolgers Han Grijzenhout, Henk Houwaert, Georges Leekens, Hugo Broos en Eric Gerets nog zes titels en drie bekers aan het palmares van Club toe. Daarmee eigende FCB zich meer dan ooit een plaats bij de ‘Grote Twee’ van het Belgische voetbal toe, een status die in de beginjaren 1980 heel even in het gedrang kwam toen Blauw-Zwart ternauwernood aan een pijnlijke degradatie ontsnapte.

KesslerAfscheid

Toch bleef het ondanks de successen niet steeds rustig in de interne bestuurskamer. In de lente van 1999 leidde een conflict tussen de rechterhand van Van Maele, Antoine Vanhove, en Fernand tot het ontslag van laatstgenoemde. Afgevaardigd beheerder Michel Van Maele nam in de voorzittersstoel plaats. Dit betekende het einde van wat de ‘dynastie – De Clerck’ was geworden sinds het aantreden in 1937 van grootvader Emile en de opvolging van vader André in 1959. Toch bleef Fernand als erevoorzitter bij FCB verbonden tot aan zijn dood op 22 maart 2014.

31042502501_condoleancecard