Eigenlijk hoeft onze T2 geen introductie meer. Philippe Clement is een monument van Club Brugge. In 10 seizoenen voor Blauw-Zwart speelde hij 359 wedstrijden en scoorde hij 51 doelpunten. Als verdediger en defensieve middenvelder was onze nummer 6 een rots in de branding en een gesel voor alle aanvallers. “Fille” stroopte steeds de mouwen op, maakte het truitje nat en vuurde de spelers en de fans aan.

In 2011, toen de Fille zijn spelerscarrière afsloot, nam Club hem op in de technische staf als linietrainer voor de defensie en beloftentrainer. Na enkele interims als assistent-trainer en hoofdcoach, wordt Clement voor zijn uitstekende werk beloond als vaste T2 onder Juan Carlos Garrido. In die functie is hij nog steeds bij Club actief.

LOYAUTEIT

Een paar jaar geleden kreeg je de kans om hoofdtrainer te worden in Kortrijk. Toch bleef je bij Club. Teveel loyauteit?

Op dat moment was dat geen evidente keuze voor me. Ik heb de ambitie om hoofdtrainer te worden in een ploeg waar je iets kan uitbouwen. In België wordt er echter nog te vaak op korte termijn gedacht. Maar de doorslaggevende reden was het feit dat ik nog geen kampioen was geworden met Club (als trainer). In de laatste jaren dat ik speler was, heb ik Club stilaan zien afglijden. Ik heb het daar ontzettend moeilijk mee gehad omdat ik in mijn beginjaren een ander, het échte Club Brugge gekend had. Weggaan bij Club zonder titel, wrong heel hard. Bovendien liep de samenwerking met Michel Preud’homme heel goed. Voor Michel, Bart en Vincent ben ik niet zomaar een T2. Ik krijg veel verantwoordelijkheden bij de A-kern en ook naar de Academy toe.  Het was moeilijk om dat verhaal achter me te laten.

HJK Helsinki v Club Brugge - Europa League Play-Off Group B

Ik zou graag hoofdtrainer worden om zelf de finale knopen te kunnen doorhakken. Ik word door Michel overal bij betrokken hoor. We discussiëren heel veel en soms vrij pittig (lacht) en Michel gaat steeds mijn mening vragen. Maar uiteindelijk neemt hij de beslissing en is hij daar ook verantwoordelijk voor.

Het liefst van al zou ik natuurlijk hoofdtrainer worden op Club Brugge, maar die beslissing ligt niet alleen in mijn handen.

Een pittig discussiërende Clement die beslissingen neemt, dat strookt niet echt met het beeld die de buitenwereld heeft van de ‘brave’ Philippe Clement.

(lacht) Zwijg me daar van! Ik word gek van dat beeld van ‘brave’ Clement. Maar goed, die perceptie is er nu eenmaal. Misschien heeft het te maken met het feit dat ik alles liever eerst binnenskamers oplos. Omdat ik denk in functie van de club. Ik zal nooit naar de pers stappen om de vuile was naar buiten te brengen of om mijn ego te strelen.

Club Brugge v RSC Anderlecht - Jupiler Pro League

Neem bijvoorbeeld zo’n rustinterview. Dat is één van de weinige momenten dat je als T2 naar buiten komt, maar uiteindelijk kan je daar niet veel zeggen. Ik ga daar echt niet vertellen wat er allemaal in de kleedkamer is gezegd of welke tactische richtlijnen er werden meegegeven en de tegenstanders slimmer maken.

Dat is wat Michel van mij verwacht op dat moment. Ik heb altijd het verhaal van mijn coaches verdedigd.

Maar de mensen binnen Club weten wel beter dan dat beeld van ‘brave’ Clement (lacht). Michel Preud’homme moet daar trouwens hartelijk om lachen. Want in sommige situaties ben ik strenger dan hem.

Ik ben niet iemand die snel kwaad wordt in daden, maar als ik het ben, dan zal men het geweten hebben. Blijkbaar zegt mijn blik dan dikwijls genoeg. Ik stel de grenzen heel duidelijk en ik ben daar ook heel kordaat in. Maar ik heb in al die jaren met geen enkele speler een onoplosbare ruzie gehad. Ze weten snel dat ze niet moeten proberen om over de lijn te gaan.

Je zei net dat je Club hebt zien afglijden, maar in al die jaren zijn de supporters wel present gebleven.

Ja! Loyauteit is een kenmerk dat zeker ook van toepassing is op de supporters van Club.

Tegen elke nieuwe speler die op Club binnen komt, zeg ik dat het heel gemakkelijk is om door de supporters van Club in het hart gesloten te worden. Omdat het enige dat de supporters van de spelers verlangen, is dat ze vanaf de eerste tot de allerlaatste seconde alles geven. Supporters vergeven je probleemloos als je een bal verliest of een slechte pass geeft, op voorwaarde dat je terugvecht.

Ik heb het als speler zelf mogen ondervinden. Als er bijvoorbeeld een hoekschop was, waardoor het spel stil lag en het publiek zong mijn liedje (We all agree, Philippe Clement is magic, nvdr) dan geeft dat een geweldige kick. Als de match bezig is, dan hoor je minder wat er geroepen wordt uit de tribunes, maar dat is misschien maar goed ook (lacht).

Ik denk dat de resultaten van de thuismatchen het duidelijk aantonen: de energie die uit de tribunes rolt, dat stuwt je als ploeg vooruit en dat geeft je als speler extra vertrouwen.

 

ENGELAND

Philippe Clement gaat naar Coventry

Philippe Clement gaat naar Coventry

Ik was jong en onervaren toen ik naar Engeland trok. In die periode werd je als jongere ook niet begeleid zoals het nu gebeurt. Ik had langer bij Coventry  kunnen blijven, maar ik heb absoluut geen spijt dat ik naar België ben teruggekeerd en naar Club Brugge trok.

Als ik een keuze maak, dan smijt ik me er volledig voor. Dat zit in mijn karakter. Ik had voor Club gekozen, dus dat betekende ook ineens dat het hoofdstuk Engeland afgesloten was. Ik kijk niet terug op het verleden, ik kijk liever vooruit, want daaraan kan je nog iets veranderen.

Mijn keuzes zijn nooit geleid geweest door het financiële aspect. Ook niet toen ik naar Coventry kon. Op dat moment kon ik ook naar andere Engelse clubs en een paar Duitse clubs, waar ik meer kon verdienen. Maar dat was niet doorslaggevend. Achteraf is er nog interesse uit het buitenland geweest, maar waarom vertrekken? Ik zat goed bij Club, ik speelde mee voor de prijzen en mijn familie was gelukkig in Brugge. Dat is voor mij even belangrijk.

 

EUROPEES

VKAPN291002_021.JPG INIESTA - FILIP CLEMENTIk mag terugblikken op heel fijne Europese herinneringen. De sterkste tegenstander die we ooit partij gaven, is ongetwijfeld FC Barcelona geweest (seizoen 2002-2003, nvdr.) De score 3-2 laat het niet uitschijnen, maar we werden totaal overrompeld door Barça. Ik denk dat ze 80% balbezit hadden (lacht). Het veld van Barcelona is sowieso al groot, maar dat leek nog eens des te groter doordat ze hun spel zo breed hielden. Club geraakte amper over de middenlijn. Dat we daar 2 keer scoorden, was een klein mirakel op zich.

Qua beleving steekt de match op AC Milaan er bovenuit (seizoen 2003-2004, nvdr.). Milan had het seizoen voordien de Champions League gewonnen. Club moest het opnemen tegen sterren als Kaka, Shevchenko, Inzaghi. En we wonnen daar zowaar! Wat me ook altijd zal bijblijven van die match is het stadion. Het legendarische San Siro, daar wil je als voetballer wel eens gespeeld hebben. Het waren sobere kleedkamers, maar dat krijg je wel vaker als bezoekende partij. Maar toen ik voor de match nog naar het toilet wou gaan, merkte ik dat er achter de drie toiletdeuren Franse toiletten schuil gingen. Dat beeld strookte echt niet met dat van de grote sterren en het sjieke AC Milaan (lacht)

FOOT : AC MILAN vs CLUB BRUGGE KV

Maar de match die me de grootste kick bezorgde, is de kwalificatiewedstrijd voor de Champions League in Dortmund (seizoen 2003-2004, nvdr.). ’s middags hadden we theorie over de wedstrijd. Sollied gebruikte altijd een flipchart waarop hij de ploeg noteerde en de richtlijnen gaf. Iedereen was zo gewoon dat Dany Verlinden in het doel stond, dat het niemand onmiddellijk was opgevallen dat hij Butina in doel had geposteerd. Verlinden was ongelooflijk teleurgesteld.

FOOT: CLUB BRUGGE - DORTMUND

De match was amper een paar minuten bezig toen Butina zich totaal verkeek op een terugspeelbal van Peter Vanderheyden: 1-0. Je kon de spelers horen denken: ‘dat zou Dany nooit voor gehad hebben’, maar toch konden we als ploeg de knop omdraaien en zijn we er samen blijven voor gaan. Butina ontpopte zich in de strafschoppenreeks uiteindelijk zelfs nog tot de matchwinnaar. Zo zie je maar…

Je vernoemt Sollied, maar je hebt met verschillende trainers bij Club gewerkt. Hebben ze invloed op jouw trainerscarrière?

Ik heb van heel wat trainers dingen meegenomen, niet alleen op positief vlak, maar ook op negatief vlak. Uiteindelijk word je een mix van al je ervaringen samen met je persoonlijkheid.

Als speler was ik altijd super professioneel. Ik had als het ware oogkleppen op, maar vooral ik vond dat iedereen dat moest zijn. Bij Beerschot kwam ik vrij jong in de ploeg en ik was één van de weinigen die hogerop geraakte, dus het was voor mij het bewijs dat professionaliteit de enige juiste weg was.

FOOT : CLUB BRUGGE - STANDARD

Toen ik bij Club aankwam, waren de dragers van de ploeg ook stuk voor stuk professionals. Maar toen kwam Andres Mendoza (lacht). Een speelvogel, die schaamteloos zijn voeten veegde aan de trainingen. Ik, Gert Verheyen en Timmy Simons, we hadden het daar ontzettend moeilijk mee. We wilden hem eens aanpakken zodat hij zijn lesje zou leren. Want wie bij Club toen naast zijn schoenen liep, werd op zijn plaats gezet!  Maar Sollied maakte ons snel duidelijk dat dit helemaal geen zin had. Hij wees ons erop dat Mendoza uit een andere cultuur kwam, met andere waarden en normen. Als we hem zouden aanpakken, zouden we nooit het maximum uit hem kunnen halen. Sollied verzekerde ons dat hij ervoor zou zorgen dat hij er op matchdagen wél stond. En zo gebeurde ook.

Ik heb toen geleerd dat je elke speler op een verschillende manier moet aanpakken. In eenzelfde situatie heeft de ene speler misschien een schouderklopje nodig terwijl de andere een tik tegen zijn hoofd moet krijgen. (lacht). Maar het resultaat moet zijn dat ze het beste uit zichzelf halen.

 

ME-TIME

Je bent nog altijd super professioneel en bezeten door het voetbal. Heb je nog wel tijd voor dingen buiten het voetbal?

Ik kan geen afstand nemen van het voetbal, dat is altijd zo geweest. Als 10-jarige was ik het spelletje ook al aan het analyseren. Het enige verschil met vroeger is dat ik een nederlaag nu niet zo lang meer ga meedragen. Toen ik nog speler was, dan liep ik dagenlang lastig rond na een verloren wedstrijd. Dat gevoel kan ik nu beter controleren.

In mijn hoofd blijf ik continu bezig met het voetbal. Ik heb geen andere hobby’s, maar ik heb er ook geen behoefte aan. Als ik wat vrije tijd heb, dan spendeer ik die met mijn gezin. Zij zorgen voor mijn evenwicht.

 

NU

Met welke verwachtingen trek je richting play-offs?

Er is maar één verwachting en dat is terug kampioen spelen! We zijn daar elke seconde mee bezig door wedstrijden voor te bereiden, door de tegenstander tot in detail te analyseren, …

Toen het play-off systeem werd ingevoerd, was ik er resoluut tegen. Maar nu ben ik er eerder voorstander van. Je speelt immers meer matchen tegen ploegen van een beter niveau. De sfeer is ook speciaal. Het blijft spannend tot het einde van het seizoen, terwijl je in het verleden 6 wedstrijden voor het einde al kampioen kon zijn. Het enige waar ik me absoluut niet in kan vinden, is de halvering van de punten. Dat lijkt nergens op.

 

TITEL

Ik meen te mogen stellen dat ik in mijn carrière toch wel wat meegemaakt heb, wedstrijden met Club in Galatasaray of met de nationale ploeg in Turkije of het Oostblok, maar de taferelen die we gezien hebben voor de kampioenenmatch tegen Anderlecht, waren echt nooit gezien!

bus

bus2

We waren verwittigd dat het ‘wat drukker’ was aan het stadion, maar dat het zo fel was, hadden we nooit verwacht. Je zag de beleving en de passie in de ogen van de supporters staan. Die sfeer en de intensiteit hebben zich op de spelers overgezet. We kwamen opgefokt en vol adrenaline in het stadion aan. Ik heb toen tegen Preud’homme gezegd: ‘Deze match kunnen we onmogelijk verliezen.’ We hebben in die wedstrijd 11 jaar frustratie van ons afgespeeld.

 

CLUB

Wie voor mij het Clubmonument bij uitstek is? Oh, dat vind ik een heel moeilijke. Als ik er echt maar één mag uitpikken, dan zou ik het gevoel hebben dat ik vele anderen tekort doe. Ik ga er dus 3 opsommen, die ik op gelijke hoogte plaats.

Jan Ceulemans, Franky Vander Elst en Gert Verheyen. Drie eenvoudige spelers maar bomvol talent, die heel bepalend zijn geweest voor Club. Het waren spelers die zichzelf probleemloos wegcijferden voor de ploeg. En dát is zo kenmerkend voor Club: de groep gaat voor het individu. En je gaat er altijd 100% voor. Ik vind de slogan ‘no sweat/no glory’ dan ook perfect passen blij blauw-zwart.

Club Brugge is mijn tweede familie. Ik heb heel veel over voor Club en ik kan dat er probleemloos voor opbrengen, omdat ik thuis hoor op Club. Omdat ik wil dat het goed gaat met Club.

Ik wil het liever niet, maar ik hou er rekening mee dat er een dag komt dat ik Club moet verlaten. In mijn droomscenario word ik de Fergusson (Alex, ex-coach van Manchester United, nvdr.) van Club. Maar als mijn ambities niet langer stroken met die van Club, scheidden onze wegen misschien.

Dat zal echter niet betekenen dat mijn liefde voor Club minder groot zal zijn. Want uiteindelijk keer je toch altijd terug naar je familie…