Sommige wedstrijden zijn onlosmakelijk verbonden aan een bepaalde speler. Andres Mendoza in Milaan. Ronny Rosenthal in Brugge tegen Dortmund. Foeke Booy thuis tegen Atletico Madrid. Op 18 maart 1992 verslaat Club Atletico met 2-1 en plaatst het zich voor de halve finale van EC 2.  Foeke Booy scoorde de beslissende treffer. Foeke woont nu in Houten bij Utrecht. Maar zijn Belgische periode is hij zeker nog niet vergeten.

Als klein kereltje was ik al door de voetbalmicrobe gebeten. Mijn vader was jeugdcoach bij Sportclub Leeuwarden en nam me als vijfjarig jongetje mee naar de trainingen. Je mocht je toen pas vanaf je zevende aansluiten bij een voetbalploeg, maar ik trapte dus al wat balletjes mee op de trainingen. Op mijn vijftiende kwam ik in het eerste elftal terecht.

Verschillende ploegen toonden al vrij snel interesse. Toch heb ik heel bewust voor Cambuur Leeuwarden gekozen. Ze speelden niet alleen in dezelfde accommodatie als Sportclub Leeuwarden, maar door in Leeuwarden te blijven, kon ik als 17-jarige ook gemakkelijk mijn school afmaken.
Na Cambuur speelde ik ook nog bij De Graafschap, PEC Zwolle en FC Groningen.

Hoe kom je dan in België terecht?

booyGeorges Leekens,  die toen trainer was bij KV Kortrijk, was me een aantal keer komen scouten. Zo zag hij me o.m. het winnende doelpunt scoren tegen Ajax. Georges zag in mij zijn ideale spits. Een buitenlands avontuur in België sprak me enorm aan. De taal is gelijk, de cultuur niet echt anders en de competitie was interessant. Ik wou kijken of ik het ook daar zou kunnen waarmaken. De onderhandelingen waren lastig en ik was zelfs al op vakantie in Spanje toen alles eindelijk afgehandeld kon worden.

Groningen plaatste zich voor Europees voetbal. Maar toch zette ik mijn handtekening bij Kortrijk. Ik geloofde in de visie van Leekens, het zat naar mijn gevoel gewoon goed. Ik heb in mijn hele carrière vaak mijn gevoel gevolgd. En meestal viel dat perfect uit.

In dat ene jaar heb ik Leekens kunnen overtuigen van wat ik in mijn mars had. Toen Georges naar Club Brugge verhuisde nam hij mij, en Lorenzo Staelens, mee naar Brugge.

IMG_2947

Als voetballer wil je altijd je plafond aftasten en de stap naar Club Brugge was dan ook een unieke kans. Je speelt bij een ploeg die voor prijzen gaat en zowat elk seizoen Europees voetbal speelt. Mijn tussenstap bij Kortrijk was een erg goede zet geweest.

Het spel van Club Brugge was me op het lijf geschreven. Ik ben geen man van technische hoogstandjes, maar iemand die zich volop inzet en het duel aangaat. Ik word graag vanop de flanken bediend. In Nederland zou ik bijvoorbeeld perfect gepast hebben bij een ploeg als Feyenoord. Maar bij Ajax zou ik nooit geaard hebben.

Foeke scoort in de Bosuil

Foeke scoort op de Bosuil

Wat me ook altijd is bijgebleven, is de interactie die we met de fans hadden. Dat was gewoon fenomenaal. Club heeft ongelooflijk trouwe fans. Die waren er altijd en overal. Thuis speelden we voor een vol stadion. Maar ook uit waren de vakken steeds vol. Die Clubsupporters kwamen met de wagen uit alle hoeken van het land. De fans droegen de Club als het ware verder. Wanneer het team het lastig had, maakten zij het verschil. Ze deden er een extra schepje bovenop en dat gaf ons vaak net dat beetje extra moed en vertrouwen.

Ik heb in Brugge ook de supportersavonden leren kennen. De maandagen gingen we met de spelersgroep naar elke uithoek van het land om er de fans te ontmoeten. Tot in Limburg toe! Ik had zoiets nog nooit meegemaakt. De band tussen de spelers en de fans was laagdrempelig. Ik vond dat super. Door met de fans te praten word je ook meer gewaardeerd. Met de online media vandaag is het zo gemakkelijk geworden om alles en iedereen af te breken.

foeke juicht

Ik herinner me ook een aantal ongelooflijke Europese avonden. Het stadion was al helemaal volgelopen op het moment dat de spelers aankwamen. De gezangen bij de opwarming, dat was zo motiverend. We hebben toch mooie dingen neergezet toen. We speelden in de eerste editie van de Champions League. We verloren nipt tegen het toen grote AC Milan. En we speelden een halve finale in Europa. Op dat palmares ben ik nog altijd zo trots als een pauw. Je wil als voetballer toch altijd iets neerzetten. En dan is de prijzenkast toch het ultieme bewijs dat je iets bereikt hebt. Met 2 titels, een beker en een mooi Europees parkoers heb ik iets bereikt waar ik met heel veel trots op terugkijk.

Foeke, als je 1 moment moet kiezen uit jouw Clubperiode, welk moment kies je dan?

Eén moment, …, dan vraag je eigenlijk het onmogelijke. Als ik dan echt moet kiezen, dan wordt het toch een “Europees” moment. De Europese campagnes hebben me de mooiste herinneringen en het grootste verdriet gegeven. Een titel is uniek. Maar die voel je weken op voorhand aankomen. Een Europese avond is steeds erop of eronder. De finale missen was een immense opdoffer. Mijn mooiste moment was de winst thuis tegen Atletico Madrid.

IMG_4150 kopie

In Madrid hadden we een sterke wedstrijd gespeeld. We waren er zelfs op voorsprong gekomen, maar verloren uiteindelijk met 3-2. Achteraf hadden we allemaal het gevoel dat we ze thuis zeker zouden pakken. Atletico was toen een goede ploeg, met spelers als Schuster en Futre. Maar hoe voelde alsof zij tegen het grote Brugge hadden mogen spelen (lacht). Bij de thuiswedstrijd had je dat zelfde geloof bij de fans. Zij versterkten nog het gevoel dat we als spelersgroep al hadden. Die samenhang maakte ons onoverwinnelijk. We komen eerst op achterstand. Maar in de tweede helft maak ik de 2-1 en stooten we door naar de halve finale. Dat is een onvergetelijk moment.

Je hebt zowel Georges Leekens als Hugo Broos als trainer gehad. Later ben je zelf coach geworden. Heb je veel van hen geleerd?

Ik ben zelf heel leergierig. Als speler wilde ik ook al altijd begrijpen waarom bepaalde beslissingen genomen werden, welk idee er achter een tactiek zat. Zowel Hugo als Georges waren heel succesvol en van beiden heb ik kunnen leren. Hugo is een aimabel persoon, is meer introvert. Hij is heel charmant, maar als hij een opmerking had, dan was dat steeds to the point. Hij kon je echt op een gevoelig punt raken en had zo impact.

Georges is meer extrovert. Ik herinner me nog dat hij tijdens de rust van een wedstrijd zijn portefeuille in de vuilnisbak gooide. “Kijk wat jullie nu aan het doen zijn!”, riep hij ons dan toe. Het was een mooi stukje toneel, maar hij maakte zo wel zijn punt duidelijk. Georges kennende was dit stukje heel goed voorbereid en ik ben er bijna zeker van dat het een lege portefeuille was. Ik had misschien na de wedstrijd eens moeten gaan kijken. (lacht) Maar het heeft duidelijk een indruk op me nagelaten, want ik herinner me het voorval nog levendig. Al kan dat natuurlijk zijn omdat het voor een Nederlander heel raar blijft dat je je geld zomaar zou weggooien (lacht).

Zelf heb ik zo’n stukje nooit opgevoerd bij mijn spelers. Als coach moet je toch vooral jezelf blijven. Maar je neemt wel heel veel op en sowieso vormen deze voorbeelden je toch ook.

Ik heb in België mijn trainersdiploma gehaald. Daar was een behoorlijk uitgebreid stuk theorie bij. Praktische ervaring heb ik dan in Nederland opgedaan bij FC Utrecht. Daar ben ik bij de jeugd als trainer begonnen. Ik heb me dan opgewerkt via de beloften, naar assistent-trainer tot hoofdtrainer. Ik heb bewust al deze stappen gezet. Later ben ik bij Utrecht ook nog technisch directeur geworden.

Foeke in de UEFA-Cup met Utrecht op bezoek bij het Club van Trond Sollied

Foeke in de UEFA-Cup met Utrecht op bezoek bij het Club van Trond Sollied

Ik ben trots dat ik bij FC Utrecht ook een stukje geschiedenis heb kunnen schrijven. Voor zo’n club is het winnen van de beker zowat het hoogst haalbare. Ik heb die twee keer gewonnen. En als bekerwinnaar hebben we Ajax in eigen huis verslagen in de supercup, wat in Nederland de Johan Cruyff-schaal is. In Amsterdam tegen Ajax deze prijs winnen, die dan ook nog door Johan zelf uitgereikt wordt, dat is toch speciaal. In het museum van Utrecht nemen deze prijzen dan ook een prominente plaats in.

In 2007 zat ik in de running met Erwin Koeman om trainer van Feyenoord te worden. Er is dan voor Erwin gekozen. Ik blijf ambitieus en hoop toch eens een topploeg te kunnen coachen. Ik heb de ervaring en de ambitie. Maar of het gebeurt? Dat heb ik zelf niet in de hand.

Volg je Club nog?

Op de voet! Ik was voor de winterstop nog eens op een match van Club. Het voelde fantastisch om terug te zijn. Club speelt een heel stabiel seizoen en ze maken een goede kans om de titel te verlengen. Michel Preud’Homme levert schitterend werk. De Nederlandse spelers doen het ook goed. Vormer is een speler die perfect bij het DNA van Club past. Immers is ook zo’n speler die altijd zijn mouwen zal opstropen.

Club Brugge is een ploeg die altijd de ambitie moet hebben om op drie fronten te strijden. Het moet eigenlijk elk seizoen voor een prijs gaan. Want daar draait het uiteindelijk altijd om: het palmares, de prijzenkast. Liefst win je een prijs dan ook nog met mooi voetbal, maar je moet de drang hebben om die beker of die titel binnen te rijven.

Ik ben wel niet zo’n fan van de play off-formule. Dat is een kunstmatige manier om het budget en het niveau op te krikken. Met die halvering van de punten er nog bovenop … Nee, een titel moet je een heel seizoen lang verdienen, niet door te pieken gedurende een paar maanden. Daarom ben ik eerder een voorstander van de BeNeLiga. Het aantal topploegen is groter, wat het niveau enkel ten goede kan komen. Je kan hierdoor een normale competitieformule behouden én elk weekend een paar interessante wedstrijden aanbieden.