Jan Ceulemans viert dinsdag 28 februari zijn zestigste verjaardag. Ondanks het feit dat ‘De Caje’ een geboren Lierenaar is, is hij nog steeds razend populair in West-Vlaanderen. De Krant Van West-Vlaanderen ging bij hem langs in het rustige Westerlo.

Het volledige interview kan je hier lezen.
Bedankt KW en Kevin Pouillie dat we dit interview met alle Clubfans mogen delen!


Als Krant van West-Vlaanderen op een maandagmorgen de ellenlange files op de Antwerpse ring trotseert, dan moet dat wel voor een speciaal iemand zijn. En dat is het deze keer ook. Jan Ceulemans moet zowat de meest West-Vlaamse niet-West-Vlaming zijn die er in België rondloopt. Zijn werkkracht en eenvoud hebben van hem een boegbeeld gemaakt in Brugge en ver daarbuiten. Maar het is in Westerlo dat ‘Sterke Jan’ zich thuisvoelt. Heel wat generatiegenoten, zoals Hugo Broos, Franky Van der Elst en Willy Wellens bleven na hun carrière in het Brugse hangen. Ceulemans niet.

“We woonden prachtig in de bossen van Loppem, maar in mijn periode bij Eendracht Aalst is er een paar keer ingebroken geweest. Daarom namen de beslissing om in Westerlo te gaan wonen”, legt hij uit. “Toch voel ik me nog altijd thuis in West-Vlaanderen. Op een gegeven moment word je ook een West-Vlaming, al klap ik jullie taaltje niet, maar ik begrijp het wel. Ik heb altijd gezegd dat een West-Vlaming een speciaal iemand is. Als je aanvaard wordt, dan is dat voor het leven.”

Bij de supporters ben je nog altijd heel populair. Samen met Raoul Lambert beschouwen ze jou als hét boegbeeld van Club.

Jan Ceulemans: “Er negentig minuten je hoofd voor leggen. Dat was mijn spel en dat sprak die mannen ook aan. Dan mag je al eens minder spelen, wat zeker ook gebeurd is gedurende die dertien jaar. Maar dan wordt dat iets gemakkelijker vergeven. In mijn eerste jaar kwam ik er nochtans terecht in een kleedkamer vol grote namen. Die jongens hadden net de finale van Europacup 1 gespeeld. Iedereen verwachtte ongelooflijk veel van ons.”

Trainer worden bij Club Brugge was eerder een keuze van het hart dan van het verstand

“Ik was gekomen als opvolger van Ulrik le Fevre, misschien wel de beste linksbuiten die Club ooit gehad heeft. Ik speelde ook op die positie bij Lierse, maar heb daar in Brugge eigenlijk zelden of nooit gespeeld. Omdat Raoul dat seizoen voortdurend geblesseerd was, moest ik in de spits gaan spelen. Maar het spel was afgestemd op Raoul. Die ballen kwamen altijd diep, terwijl ik een bal liever in mijn voeten kreeg. Die aanpassing heeft wel een tijdje geduurd, al scoorde ik in mijn eerste seizoen toch ook dertien doelpunten.”

Hoe blik je nu terug op die dertien jaar als speler bij Club?

“Dat was natuurlijk een heel mooie periode, al was het ook niet allemaal absolute top. Dat was toen nog het ‘echte’ Club en dat was ook de reden waarom veel jongens zo lang bleven. Wij wisten wel dat er druk was, maar die voelden we eigenlijk niet. Als je aan de top staat, weet je dat hoge bomen veel wind vangen, maar ik had toch de indruk dat dit toen nog anders was dan nu.”

“Op dat gebied is het voetbal wel serieus geëvolueerd. Ik heb in Brugge heel mooie periodes meegemaakt, maar ook dieptepunten. Alle ingrediënten waren aanwezig om een carrière mooi te maken. Ook individueel heb ik alles gewonnen wat er te winnen valt in België: Gouden Schoenen, een aantal keer Profvoetballer van het Jaar, de Trofee van Sportverdienste… Alleen dat buitenlands avontuur ontbreekt, wat ik nu absoluut wel zou doen.”

Het verhaal is gekend: je hebt in 1980 een aanbod van AC Milan geweigerd.

“Ik ben altijd wat onzeker geweest. Ik had net het EK gespeeld, was kampioen geworden met Club, had 29 doelpunten gescoord… Ik wou nog een jaar bevestigen en toen zou ik er helemaal klaar voor geweest zijn. Maar AC Milan kwam niet meer terug. Er was links en rechts wel nog wat interesse, maar als je AC Milan weigert, dan denken de meeste clubs wellicht dat ze toch geen kans maakten bij mij. Eigenlijk zijn mijn beste jaren pas nadien gekomen.”

Ik heb alle gewonnen wat er te winnen valt in België. Alleen dat buitenlands avontuur ontbreekt, wat ik nu absoluut wel zou doen

Je hebt zelfs FC Barcelona geweigerd las ik in een interview?!

“Toen was ik zeventien of achttien jaar en speelde ik nog bij Lierse. Fernand Goyvaerts, die zelf nog bij Barcelona gespeeld had, was toen mijn manager. Ik weet wel dat hij toen met de mensen van Barça gesproken heeft, maar of er ook echt interesse was… En ik zou het wellicht ook geweigerd hebben. (lacht) Als je op je 22ste AC Milan weigert, dan is de kans groot dat je op je 17de ook Barcelona weigert. Brugge was voor mij bij wijze van spreken al het einde van de wereld.”

Op je 33ste moest je al een punt achter je carrière zetten. Het lichaam was op?

“Het lichaam niet, maar de knieën wel. Ik ben daar zelf ook fout in geweest, maar ik heb te vaak met pijn gespeeld. Maar op een gegeven moment dacht iedereen in Brugge dat Club niet kon winnen zonder Ceulemans. Zo herinner ik me een match in Charleroi. De thuisploeg kwam één keer over de middellijn en scoorde, terwijl wij zeven of acht mooie kansen kregen en ze allemaal misten. Wat was de dag nadien de titel in de krant? ‘Club kan niet winnen zonder Ceulemans’.”

Slechts één keer heb ik met een inspuiting gespeeld, de bekerfinale in 1991 tegen KV Mechelen. Over mijn afscheid heb ik lang nagedacht. Hugo Broos, die toen trainer was, en verzorger Eddy Warrinnier overtuigden me nog om een speciaal programma te volgen op oefenstage in de Provence, maar ik was toen al een half jaar alleen aan het trainen. Van de ene op de andere dag heb ik de knoop doorgehakt. Ik wou dat de mensen een Ceulemans zagen die belangrijk was voor zijn ploeg en ik had het gevoel dat het niet meer zou lukken. Ik had Franky Vercauteren – de beste linksbuiten van België – zien afzakken naar RWDM, maar hij haalde nooit nog zijn niveau. Dat wou ik vermijden.”

Dertien jaar na je afscheid als speler keerde je in 2005 terug naar Club als trainer. Achteraf bekeken op een verkeerd moment?

“Dat was meer een keuze van het hart dan van het verstand. Heel wat spelers van de kampioenenploeg waren vertrokken en er was geen geld meer. We pakten zeven punten in de Champions League en in de competitie deden we het ook niet slecht, maar dan kwam die fatale zondag in Gent. Dat ontslag was een serieuze tik, omdat ik vond dat het ook niet terecht was. Dat deed meer pijn dan een ander ontslag, omdat het mijn Club was. Het is ook nog altijd mijn Club. Zo’n lange periode veeg je niet zomaar uit. Maar er waren toen bepaalde afspraken gemaakt en die werden niet nagekomen. Zo moest ik bijvoorbeeld de jeugd inpassen: Vanaudenaerde, Verbauwhede, Vandelannoite, Van Tornhout, Provoostje, Vlaeminckske, Roelandts… Waar spelen die mannen nu?”

Ik ben er van overtuigd dat ik nog steeds trainer zou zijn van Ingelmunster, mocht ik nog in West-Vlaanderen wonen

In de lagere amateurreeksen.

“Als ze al nog voetballen. Dan moet je als club beseffen dat het met vallen en opstaan zal zijn. We hadden in zekere zin al de jackpot gewonnen met de kwalificatie voor de Champions League, waarin we dan ook nog eens zeven punten pakten.”

Om af te sluiten misschien wel de belangrijkste vraag van allemaal: 60 jaar worden, wat doet dat met een mens?

“Ik zou er liever 30 worden. (lacht) Ik sta er eigenlijk niet bij stil en heb ook geen schrik van dat getal, al voel je natuurlijk wel dat je geen 40 meer bent. Voor mij is mijn trainerscarrière ook niet afgelopen. Ik sta nog open voor alles, al ga ik er ook geen honderden kilometers meer voor rijden. Het zou dus bij een club uit de streek moeten zijn. Eerste klasse zal wel voorbij zijn. Je moet ook een beetje realistisch zijn. Hoe langer je uit die wereld bent, hoe moeilijker het wordt. Maar ik heb ook in de lagere reeksen gewerkt en dat deed ik met evenveel plezier. Het is natuurlijk wel anders werken, maar als je in vierde provinciale verliest, zijn de mensen ook ontevreden. Dat is net hetzelfde als in eerste klasse. Ik wacht af, maar het is ook niet zo dat elke dag vijf keer op mijn telefoon kijk om te zien of er nog niemand gebeld heeft.”

En ondertussen geniet je van het leven en de familie.

“Absoluut. Ik ga vaak fietsen met een groepje wielertoeristen. Dan heb ik absoluut geen last van de knieën. Kleinkinderen zijn er voorlopig nog niet. Mijn twee dochters zijn al een tijdje het huis uit, maar die beginnen er maar niet aan.” (lacht)

Ingelmunster: “Een heel mooie periode”

Jan Ceulemans begon zijn trainerscarrière bij Eendracht Aalst, waarmee hij promoveerde naar eerste klasse en in het eerste seizoen op het hoogste niveau meteen vierde eindigde en Europees voetbal afdwong. Nadien koos hij voor derdeklasser KSV Ingelmunster. “Ik had nochtans lang getwijfeld”, vertelt hij nu. “Na mijn vertrek bij Aalst had ik de pretentie dat er wel een andere eersteklasser zou komen, maar die kwamen niet en dan moet je ook de andere aanbiedingen bekijken. Ik woonde toen al in Westerlo, waardoor de afstand naar Ingelmunster wel heel ver was. Maar die club stond bovenaan in derde klasse en de trainer was net naar de grote concurrent Roeselare vertrokken.”

“Ik kende er ook nog veel mensen uit mijn periode bij Club en uiteindelijk liet ik me overhalen. In mijn eerste seizoen speelden we de eindronde, maar verloren we de finale. Een jaar later pakten we dan de titel, maar daarna ben ik vertrokken. Het waren vooral de files die steeds zwaarder begonnen door te wegen. En ik kreeg op dat moment ook een aanbieding van Westerlo en dat maakte de beslissing wel iets gemakkelijker. Die club speelde in eerste klasse en elke trainer wil toch op dat niveau werken. Het was dan ook nog eens dicht bij de deur, waardoor het redelijk snel beklonken was. Maar ik houd heel mooie herinneringen over aan die periode in Ingelmunster. Ik ben er zelfs van overtuigd dat ik nog steeds aan het werk zou zijn als trainer, mocht ik nog in West-Vlaanderen wonen.”

Uit het fotoalbum…

Jan Ceulemans (mét baard) ontvangt een ruiker bloemen uit handen van voorzitter Fernand De Clerck. De Lierenaar zal uiteindelijk 407 wedstrijden spelen voor Club Brugge en staat daarmee op de vierde plaats in de all-time ranking, na Franky Van der Elst, Dany Verlinden en Gert Verheyen.

Jan Ceulemans (mét baard) ontvangt een ruiker bloemen uit handen van voorzitter Fernand De Clerck. De Lierenaar zal uiteindelijk 407 wedstrijden spelen voor Club Brugge en staat daarmee op de vierde plaats in de all-time ranking, na Franky Van der Elst, Dany Verlinden en Gert Verheyen. © a-RN

Jan Ceulemans krijgt in de zomer van 1986 na winst in Anderlecht de Supercup uit handen van toenmalig bondsvoorzitter Michel D'Hooghe. De Brugse arts had ooit een hond die Caje heette, maar sinds het trainersontslag van Ceulemans bij Club Brugge zijn beide heren niet meer on speaking terms.

Jan Ceulemans krijgt in de zomer van 1986 na winst in Anderlecht de Supercup uit handen van toenmalig bondsvoorzitter Michel D’Hooghe. De Brugse arts had ooit een hond die Caje heette, maar sinds het trainersontslag van Ceulemans bij Club Brugge zijn beide heren niet meer on speaking terms. © a-FP

Jan Ceulemans in actie in de legendarische wedstrijd tegen Borussia Dortmund, toen blauw-zwart een 3-0-nederlaag uit de heenwedstrijd rechtzette met 5-0-winst op Olympia. Club zou in het seizoen 1987-1988 uiteindelijk pas in de halve finale stranden, waarin het uitgeschakeld wordt door Espanyol Barcelona.

Jan Ceulemans in actie in de legendarische wedstrijd tegen Borussia Dortmund, toen blauw-zwart een 3-0-nederlaag uit de heenwedstrijd rechtzette met 5-0-winst op Olympia. Club zou in het seizoen 1987-1988 uiteindelijk pas in de halve finale stranden, waarin het uitgeschakeld wordt door Espanyol Barcelona. © a-danny

In januari 1991 krijgt Jan Ceulemans de Trofee voor Sportverdienste, een prijs die elke sportman slechts één keer kan winnen. In de eerstvolgende thuiswedstrijd tegen KV Mechelen krijgt Ceulemans bloemen van huidig Clubtrainer Michel Preud'homme. Beide heren waren ook jarenlang ploegmakkers bij de Rode Duivels.

In januari 1991 krijgt Jan Ceulemans de Trofee voor Sportverdienste, een prijs die elke sportman slechts één keer kan winnen. In de eerstvolgende thuiswedstrijd tegen KV Mechelen krijgt Ceulemans bloemen van huidig Clubtrainer Michel Preud’homme. Beide heren waren ook jarenlang ploegmakkers bij de Rode Duivels. © a-FP

Marc Degryse wint de Gouden Schoen 1991. Niemand minder dan Jan Ceulemans mag de prijs voor de beste voetballer in de Belgische competitie overhandigen aan de Ardooienaar. Later zou er ruzie ontstaan tussen de twee na het trainersontslag van Ceulemans, maar ondertussen zijn de brokken gelijmd.

Marc Degryse wint de Gouden Schoen 1991. Niemand minder dan Jan Ceulemans mag de prijs voor de beste voetballer in de Belgische competitie overhandigen aan de Ardooienaar. Later zou er ruzie ontstaan tussen de twee na het trainersontslag van Ceulemans, maar ondertussen zijn de brokken gelijmd. © a-RN

In de zomer van 2005 wordt Jan Ceulemans aangesteld als nieuwe trainer van Club. Met ook nog René Verheyen, Franky Van der Elst en Dany Verlinden in de technische staf is de vriendengroep compleet. Op 1 april 2006 volgt echter een bittere pil: Ceulemans en Verheyen worden aan de deur gezet na verlies in Gent.

In de zomer van 2005 wordt Jan Ceulemans aangesteld als nieuwe trainer van Club. Met ook nog René Verheyen, Franky Van der Elst en Dany Verlinden in de technische staf is de vriendengroep compleet. Op 1 april 2006 volgt echter een bittere pil: Ceulemans en Verheyen worden aan de deur gezet na verlies in Gent. © BELGA