Na het frivole voetbal onder Henk Houwaart, speelde Club een stuk realistischer onder – opnieuw een oud-speler – Georges Leekens. Leekens introduceerde een totaalvoetbal, waarin verdedigers de eerste aanvallers waren en de aanvallers meteen ook de eerste verdedigers. Stilstaande fases werden een wapen. Het nieuwe totaalvoetbal bereikte Olympia. De spelstijl veranderde, maar de successen bleven. Na twee seizoenen Leekens was Club een titel en een beker rijker.

Negen seizoenen als speler vanaf 1972/73
Vijf maal Kampioen (1973, 1976, 1977, 1978, 1980)
Bekerwinnaar in 1975/76
Bekerfinalist in 1979/80
Finalist UEFA-Beker in1975/76
Finalist Landskampioenen in 1977/78

Twee seizoenen als trainer vanaf 1989/90
Kampioen in 1989/900
Bekerwinnaar in 1990/91


 

IMG_4188In het tussenseizoen 1989 (of was het al tijdens de laatste competitieweken 1989-1990) onderging Club een stevige facelift. Wekenlang werd een welles-nietes-spelletje Houwaart-Leekens opgevoerd. Tot officieel bekend werd gemaakt, wat iedereen eigenlijk al wist. Georges Leekens verbrak vroegtijdig zijn contract bij Kortrijk en zou T1 van Club worden. Henk Houwaart zou ironisch genoeg de vervanger worden van Leekens bij KVK.

Leekens bracht Foeke Booy en Lorenzo Staelens mee van uit Kortrijk. Van bij SV Waregem werden Vital Borkelmans en Hans Christiaens gehaald. En Club versterkte zich ook nog met Cedomir Janevski en Laszlo Distzl. Een stevige injectie in het spelersmateriaal, dat mogelijk was geworden door de miljoenen die Club ving van de overgang van Marc Degryse naar Anderlecht.

“Het laatste seizoen onder Houwaart was er heel wat kritiek opgedoken. En het vertrek van sleutelfiguur Degryse had dit nog versterkt. Nog voor ik bij Club aankwam als nieuwe trainer, heerste er op Club een negatieve sfeer.
Eerder dan met het beschikbaar gekomen geld een vervanger te zoeken voor Degryse, werd gekozen om in de breedte aan te kopen. Zo kwamen 6 jongens de kern versterken.”

“Ik heb altijd de steun van het bestuur gevoeld. Zo is men nooit tussen gekomen toen initieel niet alles van een leien dakje liep. Ik speelde behoudener dan Henk Houwaart en bij de supporters en de pers rezen er vragen over mijn aanpak. Ik zou Club in een te strak keurslijf doen spelen en enkel aan verdedigen denken. In realiteit wilde ik aanvallend voetbal spelen, maar gestoeld op organisatie en discipline. Op het collectief. Met een systeem waar de verdedigers de eerste aanvallers zijn en de aanvallers de eerste verdedigers. De resultaten achteraf hebben me gelijk gegeven.”

De echte kentering kwam er toen Leekens de ploeg herschikte. Verlinden kwam in de plaats van Vande Walle. Booy nam de plaats in van Christiaens. Disztl die van Janevski. Spelers werden gewisseld, maar aan het systeem werd vast gehouden. Met Creve, Beyens, Querter en Borkelmans had Club sterke flanken en centraal vulden Franky Van der Elst en Lorenzo Staelens elkaar wonderwel aan.

Club herpakte zich en er werd een reeks van gewonnen wedstrijden neergezet. De partij in het eigen Olympia tegen de grote concurrent Anderlecht werd een prachtprestatie. Met doelpunten van Farina, Beyens en Creve won Club met 3-0 van de Brusselaars. Niemand twijfelde er nog aan: dit Club was de topfavoriet voor de titel.

FOOT : CLUB BRUGGE - ANDERLECHT 22.04.1990

“Wat wij toen met Club op de mat brachten was voor mij het voetbal van de toekomst: een efficiënte organisatie achterin, aanvallers die helpen storen, bij balverlies met 11 achter de bal en snelle combinaties naar het doel van de tegenstander. Een nieuw soort totaalvoetbal waar ik toen de perfecte groep voor had.”

Club Brugge kampioen 1990 : Gerorges leekens foto VDB / BART VANDENBROUCKE

IMG_5048

Voor het seizoen 1990-1991 was er weinig transferactiviteit bij Club. De kern die het kampioenschap had gewonnen werd samen gehouden. En nog versterkt met Rudi Cossey, Claude Verspaille en Daniel Amokachi.

“Voor mij was het duidelijk dat het herhalen van de prestatie van het vorige seizoen heel lastig zou worden. Toen waren we gestart vanuit een underdogpositie. Nu zouden we, als kampioen, de meest geviseerde ploeg van eerste klasse worden. Kritiek zou nooit ver uit de buurt zijn.”

Europees werden de Clubfans deze keer verwend in een dubbele confrontatie met het grote AC Milan van Berlusconi, dat toen bijna uitsluitend uit toppers bestond. Waaronder de Nederlanders Gullit, Rijkaard en Van Basten. In Milan hield Club knap de 0-0 op het bord. In Brugge dwarsboomde Angelo Carbone de plannen van Leekens met een ver schot: 0-1. Maar wat iedereen van deze match onthoud is de gebroken kaak van Pascal Plovie. “Broere” gaf Marco Van Basten geen centimeter ruimte en frustreerde zo de Nederlandse spits dat hij hem op een bepaald moment met een stevige slag neerhaalde. Rood voor Van Basten en een moment in de geschiedenisboeken voor Plovie.

plovie

Club kon in de eigen competitie niet meedingen voor de titel en zou pas op de vierde plaats eindigen.
Maar in de beker werd de finale gehaald. Club zou deze bekampen tegen KV Mechelen. Leekens had al maanden daarvoor te kennen gegeven dat hij na het seizoen naar KV Mechelen zou gaan.
Club won overtuigend met 3-1. Frank Farina nam afscheid met een doelpunt en de Caje scoorde op penalty in de striemende regen.

Jan Ceulemans

Zo nam Georges Leekens afscheid met een prijs.
En met deze titel en een beker in twee seizoenen tijd zette hij de succesvolle periode, die begonnen was met Henk Houwaart, gewoon verder.


André Piccu: Georges Leekens, intelligent en leep

Als speler kwam de Limburger Georges Leekens, kinesitherapeut van beroep, over van Crossing Schaarbeek en niemand kon bevroeden dat hij het negen seizoenen bij Club zou uithouden.
Zijn techniek vertoonde wel tekorten maar die wist hij te compenseren door een nooit afgevende inzet en onverzettelijkheid in verdediging. Zijn bijnaam “Mac-the-knife” illustreerde zijn kordaatheid bij het verdedigen. Dit moet zelfs Happel gecharmeerd hebben want gans de campagne van de Wiener genoot Leekens het vertrouwen op de plaats die Happel als speler zelf bekleedde.

Club wist welk vlees men in de huis haalde, wanneer hij na bewijs van zijn kunnen bij andere clubs (o.a. Cercle), hem vroeg hoofdtrainer te worden. De twee seizoenen die hij vol maakte bij de blauwzwarten kaapte hij iedere keer een prijs weg. Eerst kampioen, dan de beker van België. Deze laatste op de Heizel tegen het toen in volle opgang zijnde KV Mechelen van de heer Cordier, waarvoor Leekens al voor de finale getekend had als trainer voor het volgend seizoen.

Leep zoals Georges vaak uit de hoek kwam belette het hem niet in de week die deze belangrijke match vooraf ging zand in de ogen van de tegenpartij te strooien. Hij wist te verdoezelen dat hij in alle stilte bezig was de gevaarlijke aanvaller maar gekwetste Frank Farina op te kalefateren voor de finale. Leekens won aldus met Club de beker tegen de ploeg van zijn volgende werkgever.

Hij is trouwens altijd de man van uitdagingen geweest. Langer dan twee seizoenen hield hij het zelden uit bij éénzelfde club en het risico in het buitenland kopje onder te gaan heeft hij ook altijd getrotseerd.
In België is hij de recordhouder van het aantal eersteklassers die hij getraind heeft, tot zelfs het nationaal elftal toe. In Turkije, Algerië en Saudi-Arabië is hij ook al geen onbekende.
Onder Leekens waren de Europese matchen tegen AC Milan memorabele evenementen. In Milaan werd Club negentig minuten op zijn doel geplakt maar de match eindigde wel op een brilscore. Thuis verloor Club nipt met 0-1 met als meest besproken moment het duel waarin Van Basten al of niet moedwillig Plovie toetakelde.