‘Kein geloel’. Geen gelul. Dé bekende uitspraak van Ernst Happel. Steeds rechttoe, rechtaan. In tegenstelling tot veel van zijn afgeborstelde collega’s gaf hij geen zier om zijn imago. Hij botste met functionarissen en ijdeltuiten die zich gewichtig voordeden. Happel leefde in de oorspronkelijke voetbalwereld. Én in het nachtleven. Dat waren de twee werelden waar hij zich thuis voelde.

Hij kon zich op veel plaatsen settelen omdat hij ongegeneerd zijn gang ging. Een explosief mengsel van charisma, authoriteit, lef, vakmanschap, kwajongensachtige humor, cynische kwaadaardigheid. Toch bleef Wenen in zijn genen zitten. Er ging geen vakantie voorbij of hij trok naar zijn geboortestad.

Ernst Happel werd in Wenen geboren op 29 november 1925. Hij was 13 jaar oud toen hij zich bij Rapid aansloot. Op zijn 16e stond hij in het eerste elftal, als centrale achterspeler van het vermaarde “Rapid”. Hij speelde met Oostenrijk 51 interlands, met als hoogtepunt het WK in 1954 waar Oostenrijk derde eindigde.

ernst-happel-3_400x230

De Weense voetbalschool baseerde zich op technisch vernuft en schranderheid van geest. Het collectief en tempo speelden een belangrijke rol. Men sprak van de “Wiener Schule”

ernst-happel-1974-belgaNa een passage als voetballer bij Racing Club de Paris, keert hij naar zijn heimat terug om Rapid Wien te trainen. Hij gaat verder via ADO Den Haag naar Feyenoord, waar hij de Europabeker voor Landskampioenen wint. Feyenoord is het eerste Nederlandse team dat deze beker wint. Bij Sevilla, waar hij daarna aan de slag gaat, botert het niet. Henk Houwaart tipt het Brugse bestuur en bij blauw-zwart twijfelt men niet.

Met Club zou hij drie maal kampioen spelen, twee Europese finales spelen en de eerste dubbel (titel en beker) winnen.
In zijn hele carrière, tussen 1960 en 1990, wint hij 20 hoofdprijzen met zeven teams.
Zijn succesrecept: collectiviteit, conditie, intelligentie, spelvariatie, pressie op de bal. En lef. Of goklust, hoe je het ook kan noemen.


Het passeerde bijna onopgemerkt voor de aanhang, maar Happel was reeds op zondag 24 mei 1958 eens op de Klokke. Zestien jaar voor dat hij trainer van Club werd. Hij speelde er een vriendschappelijke match met Rapid Wien tegen het Engelse Arsenal ter gelegenheid van het 400 jaar bestaan van de Brugse Brouwerij “Aigle-Belgica”. De Engelsen werden vernederd door de toen befaamde Wieners. Het was geen toeval dat deze match op de Klokke gespeeld werd. De Brouwerij Aigle-Belgica behoorde toe aan de familie Demeulemeester, naam die terug te vinden is tussen het trio kopers van de Klokke ten gerieve van de blauwzwarten. Bovendien bekleedde Julien Smessaert, lid van het PR-commissie van Club, in de tijd van de viering een belangrijke post in de brouwerij. Hij wist zijn directie te overtuigen naast het lanceren van een nieuw brouwsel, BAB genaamd, als orgelpunt een internationale match in te richten.
Bij Rapid werd Happel door zijn medespelers aanzien als een leider. Iemand die nooit paniekerig reageerde in verdediging maar ook oog had voor show en spektakel. Hij was een specialist in het bespelen van de bal met de hak en de doelman van Rapid Wien, Zeman, ondervond soms moeilijkheden met het gedurfd onverwacht achteruit spelen van Happel met de hiel. Maar tussen achteruit spelen naar zijn doelwachter en een strafschop lukken met de hiel, ligt een wereld van verschil. Toen ik dit laatste voor het eerst hoorde, dacht ik dat die krachttoer hoogstens op training kon zijn gelukt. Maar neen, het gebeurde echt in de finale van het tornooi van Valencia waar hij een penalty met zijn rug naar het doel met de hiel in een bovenhoek keilde. Een ander opzienbarend feit van Happel is meer algemeen gekend. Hij werd eens uit het veld gestuurd in Bogota gedurende de match Milionarios-Rapid Wien toen hij zijn rechtstreekse tegenstander belachelijk maakte door op de bal te gaan zitten terwijl hij hem met de hand uitdaagde de bal te komen betwisten. De naam van die tegenstrever : Alfredo di Stefano. (André Piccu)


Happel dulde van de spelers geen greintje inspraak. Hij introduceerde bij Club een nieuw verloningssysteem, met een laag basisloon, maar stevige winstpremies. Opvallend: elke speler die onder hem speelde, steekt achteraf de loftrompet.
Hij straalde een enorm gezag uit, smeedde een stevig blok en boezemde angst in. Hij was bikkelhard en voerde een natuurlijke selectie door. Te oud of over het hoogtepunt? Ondanks alle verdiensten bij Club (twee bekers in 1968 en 1970, de titel in 1973) zorgde hij dat Sanders, Vandendaele, Carteus en Thio bij Club geen toekomst meer hadden.

wembley-19

De verhalen over Happels aparte humor zijn legio. In zijn eigen voetbaltijd trapte Happel strafschoppen met de hiel. Of speelde hij de bal keihard terug op de eigen keeper, toen zijn ploeg voldoende voor stond.

Happel leek een onverstoorbare en harde man. Met naar eigen zeggen een hekel aan de meeste mensen. Maar hij bleek ook gevoelig, zich niet altijd raad wetend met de eigen contactarmoede. Zijn emoties spoelde hij vaak door in het nachtleven, in goktenten, casino’s of een bar.
Happel stierf in 1992 aan kanker.


Een uitgebreid portret van Ernst Happel bij Club werd gemaakt door Belga Sport

 


 

ernst-happel-stadion_03

Het huidige nationale stadion van Oostenrijk werd naar Ernst Happel vernoemd: http://www.stadiumguide.com/ernsthappel/