Begin jaren 70 mocht ik als “klein manneke” met mijn pa mee naar de vroegere thuishaven van onze geliefde Club: De Klokke. Daar Club altijd al een volksploeg was, was het elke week weer volle bak. Er waren toen meer staanplaatsen dan zitplaatsen. En wie het eerste binnen was, had de beste plaats. Het gebeurde meermaals dat er meer tickets verkocht waren, dan dat er plaatsen in het stadion waren. Noodgedwongen zette mijn pa me dan over de ballustrade langs het veld. Daar zat ik dan tussen mijn leeftijdsgenootjes. We moesten onze benen intrekken, zodat de grensrechter niet over onze voeten zou strompelen. Stel je voor.

Aan de ene kant had je de Spionkop met een orkest en de “sopraan” Vonne. Ze deed de naam van het stadion alle eer aan met haar stem als een “Klokke”
Aan de andere kant had je een houten constructie met een scorebord en uurwerk. Het grappige was dat er boven de wijzers een gat was, waar de “horlogeman” de wedstrijd kon volgen. Het gerucht ging dat hij manueel de klok kon bijstellen. Bij winst verliepen de laatste minuten eigenaardig vlug voorbij. En bij verlies bleef de grote wijzer wel eens een minuutje langer hangen…

Tussen de supporters baande de hotdogman zich een weg om zijn broodjes aan de man te brengen. “Vijf frank voor een broodje”, riep hij luid. Een paar meter verder bulderde een concurrent “Vier frank voor een frisco”. De bestellingen werden naar beneden doorgegeven, het broodje of de frisco vond zijn weg naar boven. En het te betalen bedrag kwam magisch gewijs naar beneden. Je kan het je nu niet meer voorstellen.

De sfeer was altijd fantastisch. De vedetten speelden zonder allures en gaven het beste van zichzelf. Winst en verlies liggen dicht bij elkaar en in die tijd speelde men vooral voor de winst en de premies die daar aan vast hingen. Geen tactische schaakspelletjes. En de nul houden was toen nog een onbestaand begrip.

Het is het soort nostalgie die ik mis in het huidige Jan Breydel. Achter de lijnrechter staan nu stewards in een fluo-vestje, met daarachter supporters die plaats moeten nemen op hun genummerde zitje. Gedaan dus om wat nieuwe vrienden, of je lief, mee te nemen naar het voetbal. Ieder heeft zijn vaste plaats.

De “horlogeman” is al lang verdwenen. In plaats daarvan heb je nu grote LED-schermen, die de nog resterende tijd aangeven. Bij winst duurt dat nog altijd langer dan bij verlies, waarbij de seconden genadeloos snel wegtikken.

“En de broodjesman?” vraag je je af. Die is allang verdwenen en vervangen door ijzeren containers. Betalen doe je niet meer met “klutters”, maar met een kaart.

De spelers hebben nu fluo schoenen, opvallende kapsels en lijken wel beschilderd met tattoos.

Maar de supporters staan er nog altijd. Dat zit in je bloed als een virus en verdwijnt nooit. Er is verdriet en ontgoocheling bij verlies. Bij winst is er de euforie en vloeien tranen van plezier. En tussen de Engelse gezangen door hoor je nog steeds, net als destijds “geen woorden maar daden” en “leve blauw en zwart”

Het is zoals het was. En we zijn wie we waren. Onze trots en afkomst zullen we nooit verloochenen. Onze passie en liefde voor Club evenmin.

Verfaillie Stephan
Achterkleinzoon van Hector “Torten” Goethinck