Norberto Höfling (1924-2005) is amper 33 als hij in 1957 met zijn gezin in Brugge aankomt. De beminnelijke Roemeen zweert bij de Italiaanse stijl. Hij heeft zijn trainersdiploma gehaald in Firenze en trainde Lazio Roma. In Italië is hij getuige van het ontstaan van het catenaccio en ontdekt er “de laatste man”, die ver achter de verdediging opereert en alle gevaar opruimt.

Deze strikt organisatorische visie op voetbal komt net op tijd voor Club. Blauw-Zwart beleeft op dat moment tijden van verwarring. Degradatie naar de derde afdeling staat voor de deur.

En amateurisme is troef. Zo wordt de ploeg nog door een sportief comité opgesteld. Elke dinsdag vergaderde het “selectie-comité”. Iedereen schreef zijn favoriete ploeg op papier en wie het meeste stemmen op een bepaalde plaats kreeg, die speelde toen.

Höfling krijgt vrije baan van voorzitter Emile De Clerck en de Roemeen krijgt de vrije hand in de selectiepolitiek. Vanaf nu bepaalt de trainer wie zal spelen. Dit leidt tot interne conflicten, maar Höfling is onbuigzaam en houdt vast aan zijn politiek. Zijn geduldig tactisch gepuzzel opent in 1959 de deur naar eerste klasse.

foto_boone_hofling_op_dijk

Höfling introduceert de namiddag training. (twee keer per week) Voor de wedstrijd eten de spelers samen. Maar er wordt geen bourgondische maaltijd meer geserveerd. De spelers eten vanaf nu rijst met kippenfilet. De voorloper van de sportmaaltijd. Onder Höfling wordt er ook voor de wedstrijd op afzondering gegaan. Tot verrassing van de spelersgroep is daar geen plaats om het buikje eens goed rond te eten of te drinken.

Fernand Boone is zijn steunpilaar. Hij geeft de doelman gespecialiseerde trainingen. Höfling betekent ook het einde van Fernand Goyvaerts bij Club. Höfling houdt niet van eigenzinnigheid en bekijkt ook de jonge testspeler Johny Thio met een scheef oog. Het voetbal dient volgens strakke richtlijnen te lopen.

In 1963 verlaat Höfling Club en trekt hij naar Feyenoord Rotterdam.
Na een passage bij Racing White, toen in de Belgische tweede klasse, keert hij in 1967 terug naar Club Brugge.

Tijdens dit intermezzo had Louis Dupal bij Club de talenten Thio, Lambart, Carteus en Vandendaele in het A-elftal gebracht. Daar kwam ook nog de Zweed Axelsson bij, zodat Höfling met een sterker Club aan de slag kon. Club eindigt dat seizoen 1967-1968 op de tweede plaats na Anderlecht, maar wint wel de beker van België, tegen Beerschot. Het is de eerste prijs van Club na de titel in 1920.

Na dit ene seizoen vertrekt Höfling naar Anderlecht. En – o ironie – omdat hij het niet kan vinden met de nieuwe technisch directeur bij Club: Constant Van den Stock.
Eén jaar later zit hij bij Daring Brussel. Het is tegen dit Daring dat Club in 1970, tegen de oud-trainer, voor de tweede keer de beker wint.

ho%cc%88fling1De invloed van Norberto Höfling is niet min. Hij wordt algemeen gezien als de trainer die Club op weg hielp naar een professioneel sportief beleid. Hij werd de eerste trainer die volledige verantwoordelijkheid nam voor de opstelling, voor de trainingsmethodes, de voeding. Hij introduceerde extra trainingen en moderne tactische plaatjes. Met Axelsson had hij ook de eerste full-time prof bij Club Brugge.

In deze periode werden de fundamenten voor het blauw-zwarte succes gelegd.