André was de tweede zoon van Émile De Clerck (1880-1962). In 1929 beëindigde hij zijn studies en kwam in de familiezaak van de Blikslagerijen. Terwijl zijn oudere broer Gaston (1904-1958) belast werd met de handelsleiding, begon André zijn technische opleiding en kwam de productie van de conservenblikken onder zijn verantwoordelijkheid. Zijn eerste acties met betrekking tot FCB lag op het vlak van … de aanleg in april 1944 van tennisvelden. Enkel de ereleden en de leden van FCB konden gratis tot de tennissectie toetreden, terwijl externen fors lidgeld dienden neer te tellen. Dit project werd echter op de lange baan geschoven. In 1955 werd hij benoemd tot beheerder van Club, ter vervanging van zijn gestorven oudere broer Gaston, terwijl hij zich al een paar jaren onledig hield met de Cadettenschool.

d53j7834-2

Zoals we in het stuk over FCB tijdens de jaren 1959-1973 al aangaven, volgde André zijn vader Émile als voorzitter van Club op. Dit gebeurde officieel op de algemene statutaire vergadering op 30 augustus 1959 in het Clublokaal Le Singe d’Or. André stond voor enorme uitdagingen op zowel financieel als sportief vlak. Samen met oudgedienden Fernand Dhont en Willy Lagasse en met nieuwkomer  Jules Smessaert, commercieel directeur van de brouwerij Aigle Belgica sloeg hij zich door deze problemen.  Uiteindelijk kan men stellen dat Club Brugge onder André De Clerck vanuit tweede afdeling zich definitief een plaats onder de grote drie uit de jaren zestig-zeventig wist te vestigen. Het kostte bloed, zweet en tranen en uiteindelijk een financiële crisis, maar het leverde een tweede titel op na drieënvijftig jaar geduld. Meerdere keren moest voortijdig afscheid genomen worden van trainers, bestuursleden – onder wie ondervoorzitter Constant Vanden Stock! – , maar FCB stond eindelijk op de kaart van het Belgische en Europese voetbaltoneel.

Toen André op 26 mei 1973 op een buitengewone vergadering de scepter doorgaf aan zijn zoon Fernand, ondervoorzitter sinds 1971, werd die laatste geconfronteerd met een enorme financiële put. Wie had ooit durven te denken dat zoon Fernand de succesvolste voorzitter uit de geschiedenis van het inmiddels vervlaamste Club Brugge, Koninklijke Voetbalvereninging vzw zou worden?