Tot in de jaren ‘50 was bij Club het selectiecomité verantwoordelijk voor het sportief gedeelte. Hun belangrijkste taak was het samenstellen van de ploeg. Zoals bij de meeste clubs bestond dit selectiecomité uit vijf bestuursleden plus een secretaris zonder stemrecht, naast de trainer die enkel een adviserende rol had.

Het vijfkoppige selectiecomité van Club kwam iedere donderdag na de avondtraining samen op de “Klokke” voor het samenstellen van de ploeg die de volgende zondag moest spelen. Wanneer de heren er niet uitgeraakten schreven ze hun ploeg op papier. Wie meest vermeld werd op een bepaalde plaats bekleedde die plaats in het elftal. Dezelfde avond nog deponeerde de secretaris zonder stemrecht de oproepingskaarten (blauw voor thuismatchen, rood voor verplaatsingen) op de post zo dat de spelers op vrijdagmorgen wisten of ze al dan niet geselecteerd waren.

Dit was amateurisme in de hoogste graad, die mij, toen nog een jonge secretaris, ten zeerste ergerde. Vooral als men tot geen consensus kwam en ieder lid van het vijftal hun ploeg op papier neerpende. Ik moest dan uitkienen wie meest vernoemd werd op een bepaalde plaats in het elftal. En de trainer….die zat erbij en mocht toezien. Maar het was wel de trainer die de zondag daarop de verantwoordelijke was en op de behaalde resultaten afgerekend werd.

Die toestand heeft bij Club geduurd tot de komst van Norberto Höfling, die het alleenrecht opeiste voor het sportief gedeelde en de spelers zelf mondeling inlichtte. Op slag bleef er van het vroegere selectiecomité enkel nog een verantwoordelijke en de secretaris zonder stemrecht over.

(André Piccu)