De Duitse inval van 10 mei 1940 had directe gevolgen voor FCB. Het werd een periode van financiële crisis, van materiaal- en transportschaarste en vooral van menselijk leed.

Gedurende heel die periode zou Emile De Clerck de club leiden, met aan zijn zijde zijn trouwe kompanen Arthur Van Maele (ondervoorzitter), Fernand Dhont (secretaris), Louis De Cloedt (schatbewaarder), Willy Lagasse (hulpsecretaris) en verder Emile Linglez, Oscar Ledène, Gaston De Clerck, Louis Vande Casteele, Isidoor Dewachter, René Casteleyn, Pierre Vermeulen, Léon Smalle en José Osselaere.

Voetbalwedstrijden gingen door, maar door brandstoftekort kon men vaak onmogelijk op tijd via de trein aan de aftrap op verplaatsing geraken. Tijdens de hele bezettingsduur bleef een reguliere competitie problematisch. In 1940/41 was er een Drie Provinciën-toernooi met ploegen uit ere- en eerste afdeling van West- en Oost-Vlaanderen en Henegouwen, gevolgd door een nationale eindronde. In 1941/42, 1942/43 en 1943/44 nam FCB deel aan het kampioenschap van eerste afdeling en in 1944/45 aan het officieus kampioenschap hogere afdelingen van de provincie West-Vlaanderen.

janguilini

Jan Guilini

FCB had het letterlijk en figuurlijk moeilijk om te overleven. Tijdens de gevechten verloor Club twee actieve spelers: Marcel De Graeve vond in 1940 de dood en René Van Eenooghe verloor zijn rechterarm. Robert Naessens werd naar een krijgsgevangenkamp in Duitsland gevoerd waar hij tot het einde van de oorlog zou verblijven. Tijdens de bezetting zouden in totaal elf (ex-)spelers van FCB het leven laten. In februari 1942 werd Albert Cambier (°1925) opgepakt, en weggevoerd naar Duitsland wegens zijn lidmaatschap bij de Intelligence Service England. Hij werd door de Gestapo gefolterd en stierf in een concentratiekamp in april 1945. Zijn schoonbroer en zwemkampioen Jan Guilini (°1912) werd te Berlijn wegens spionage onthoofd op 22 mei 1944. Ook Alberts moeder en Jans schoonmoeder Emma Cambier-Van Belle (1887-1946) werd meegesleurd in de verschrikkingen van de oorlog. Samen met haar man Charles Cambier en haar dochter Aline (gehuwd met Jan Guilini) werd ze van gevangenis naar gevangenis gesleurd.

doodsprentje Hector Goethinck

doodsprentje Hector Goethinck

Laurent Moerman (°1916) stierf tijdens een luchtbombardement te Wuppertal op 30 mei 1943, terwijl FCB op 26 juni 1943 afscheid moest nemen van Hector ‘Torten’ Goetinck tijdens een bombardement te Heist-aan-Zee.

Andere spelers als Jan De Muynck (°1920) en Albert Innegraeve (°1916) stierven op 28 mei 1944 tijdens het geallieerde bombardement op het kasteel Ter Linden en de dorpskern van Sint-Michiels. Op 7 november van datzelfde jaar kwam Roger Rau (°1925) in het Duitse Braunschweig op dezelfde manier om het leven. Een maand later, op 16 december 1944, overleed René Roets (°1917) in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Roger Deprest liet als verplicht tewerkgestelde het leven tijdens een geallieerde luchtaanval op het Duitse Coesfeld in april 1945. Ook de spelers Albert De Vriese (1905-1945) en Pierre Alexis kwamen om in oorlogsomstandigheden.

Op 7 september 1944 was het eindelijk zo ver: de stad Brugge werd bevrijd. Meteen werden vriendenmatchen op touw gezet tegen de bevrijders, die met gelegenheidsploegen als Royal Canadian Service Corps en het English Airfield Construction Corps XI FCB partij gaven. Maar naast de intense vreugde kreeg FCB, net als vele andere ploegen een bittere pil te slikken: wegens een partij tijdens de bezetting op 10 november 1940 tegen het Duitse elftal samengesteld uit Wehrmacht Fussballmannschaft Burgstein Noris, werd FCB door de onverbiddelijke Belgische Voetbalbond geschorst tot 10 november 1944.

schorsing_fcb_2-jpg

schorsing_fcb_1-jpg

Gelukkig kon FCB tijdig mee doen aan de nieuwe officieuze competitie onder de clubs van hogere afdeling der provincie West-Vlaanderen, die vanaf 26 november van start ging. Het herstel kon beginnen!


In de seizoenen 1939-1940, 1940-1941 en 1944-1945 werden er geen officiële competities gespeeld, maar wel officieuze.

1939-1940: provinciaal kampioenschap (9 teams uit W-VL); Club eindigde 4e; winnaar werd Cercle.

Los daarvan werd in 1939-1940 de beker Ringoot gespeeld: een competitie met een 8-tal clubs uit de eerste afdeling (toenmalige tweede klasse). Club eindigde ook hier 4e. Denk ik toch: de uitslagen van Club kwamen niet overeen met de stand. Helaas geen unicum in die tijd.

In 1940-1941 werd er een soort voorronde-eindronde gespeeld: alle clubs werden per regio opgedeeld en konden zich kwalificeren voor een nationale eindronde. Club speelde in de beker der 3 provinciën (WVL, OVL en Henegouwen) en werd 5e. Om zich te kwalificeren voor de nationale eindronde moest Club Turnhout verslaan in een barragewedstrijd. Die eindigde op 3-2 (0-2 achterstand) en Club plaatste zich voor de eindronde.

In de eindronde werd Club 9e en voorlaatste. Hoogtepunt was wel de overwinning tegen de latere kampioen Lierse (3-1).

In 1944-1945 tenslotte werd de hogere afdeling West-Vlaanderen georganiseerd: een competitie met 10 ploegen uit de nationale reeksen, evenwel zonder Cercle. Club won de hogere afdeling met 29 punten (14 overwinningen en 1 gelijkspel). Hoogtepunten hier waren de 13-0 tegen KFC Izegem en de 0-14 op Knokke.


20161019_125900_hdr_resized-kopieEen bom werd Hector Goethinck fataal. Torten lag in zijn bed te slapen, toen een geallieerde bommenwerper een bom in de straat liet vallen. Wellicht was dit een vliegtuig dat terug kwam van een missie boven Duitsland en zijn overtollige ballast wou lossen boven de zee. De bom werd echter te vroeg gelost en belandde in de straat waar Goethinck woonde. Het eigenaardige aan het verhaal is dat deze bom een huis vernielde op 100 meter van de woonst van Torten. In dat huis viel geen dodelijk slachtoffer. Maar een stuk metaal van de bom vloog tot in de slaapkamer van Goethinck en ging dwars door zijn lichaam. Torten werd nog naar het ziekenhuis gevoerd, maar bloedde dood.