bru001007437In 1937 werd Emile De Clerck voorzitter van Club Brugge. Hij was al verschillende jaren bestuurslid geweest en was als medebestuurder van Blikslagerijen De Clerck een zwaargewicht in de zakelijke wereld van het Brugse. In die fabriek waren veel Clubspelers tewerkgesteld. Als zakenman beschikte hij over de nodige financiële reserves om Club een nieuw élan te geven.

Hoewel onderbroken door de Tweede Wereldoorlog, kunnen we toch een aantal grote lijnen herkennen in die periode. Ten eerste werd onder het voorzitterschap van Emile De Clerck een eerste aantal steppen naar professionalisering gezet. De medische en sportieve omkadering werd steeds beter: met dokters en verzorgers die spelers opvolgden en speciale conditietrainingen aan het begin van het seizoen. Spelers werden sinds kort ook betaald voor hun matchen en de eerste transfers werden gedaan. Hoewel de bedragen die toen werden betaald, verbleken bij die van nu, ging er toen ook al vrij veel geld in de voetballerij om. Club had het dan ook niet gemakkelijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Daar kwam de kapitaalkrachtige voorzitter goed van pas. Niet zelden trad hij op als geldschieter waar er de cashflow van de Club te kort schoot.

De inbreng van De Clerck bleef niet beperkt tot het financiële. Eén van zijn eerste beleidsdaden was het vervlaamsen van de werking van Club. Tot 1937 was Frans de voertaal in het bestuur geweest maar De Clerck maakte komaf met die gewoonte. Hij herschikte ook het bestuur van Club en richtte verschillende subcommissies op met elk hun eigen verantwoordelijkheden. De taken gingen van de opvolging van de financiën, over de sportieve cel naar pers en feestelijkheden. Het was nodig want een voetbalclub runnen, werd steeds meer een serieuze business. Ook de supporters raakten steeds beter georganiseerd. Supportersclub Blauw Zwart gaf zelfs een eigen supportersblad uit. De supportersclubs zorgden niet alleen voor sfeer rond het veld maar ook via de organisatie van allerlei activiteiten voor inkomsten voor RFC Brugeois. Zo sponsorden ze vaak de jeugdfondsen en betaalden ze zelfs voor de geluidsinstallatie in het stadion.

Terwijl de economische omstandigheden in de jaren ’30 en vlak na de Tweede Wereldoorlog allesbehalve goed waren, bleef Club nog steeds veel volk trekken. Het noopte Club tot een aantal investeringen in de infrastructuur. Zo werden er nieuwe tribunes gebouwd tegenover de hoofdtribune en de korte zijde van het terrein kant Sint Andries, waar later de Spionkop haar ontstaan zou kennen. Die investeringen werden gefinancierd door leningen bij een grote bank maar ook bij particulieren. Om die leningen te kunnen terugbetalen werden vaak stukken van het terrein van de Klokke verkocht als bouwgrond aan particulieren. Zo raakte de Klokke meer en meer ingesloten tussen de huizen.

Op sportief vlak was het voorzitterschap van Emile De Clerck geen hoogvlieger. Club was een echte liftclub en wisselde promoties met degradaties af en speelde zelfs tussen 1951 en 1959 onafgebroken in Tweede klasse. Het was maar met de inbreng van een aantal jonge talenten als Fernand Goyvarts en Fernand Boone en onder leiding van Norberto Höffling dat Club in 1959 zijn definitieve promotie naar Eerste klasse kon afdwingen. Los van de gewone competitie bleef Club doorgaan met de organisatie van de Paastoernooien tegen ploegen uit heel Europa en zelfs zuid Amerika. In 1958 werd van de match tegen het duitse FC Kaiserslauteren zelfs een samenvatting in het TV journaal getoond.

 

bru001007437