Louis Versyp bracht het als rechterhoek tot internationaal, tot 34 maal toe, Hij speelde  20 jaar bij de blauw-zwart. Louis was de eerste Clubspeler die zulk groot aantal internationale matchen op zijn palmares schreef, mede door het feit dat in de jaren van Goetinck en Cambier de internationale matchen eerder beperkt bleven. Om als erelid van de Voetbalbond erkend te worden, moest men 35 keer geselecteerd worden. Dit werd hem nooit gegund, maar  meerdere jaren later werd hij toch tot erelid benoemd.

Versyp speelde in een  periode waarin het voetbal al heel wat aan belangstelling had gewonnen en zijn café in de Smedenstraat was dan ook het trefpunt van heel wat aanhangers.

Iedere zaterdagavond  vergaderde het Sportcomité van Club in zijn herberg. Het Clubblad “Blauw-Zwart” werd in zijn café boven de doopvont gehouden.

Het nationale elftal, met Versyp en bondscoach Goethinck, op de boot naar Uruguay voor het eerste WK (1930)

Het nationale elftal, met Versyp en bondscoach Goethinck, op de boot naar Uruguay voor het eerste WK (1930)

Louis was al kandidaat internationaal vooraleer hij ten volle 17 jaar oud was . Hij vertegenwoordigde België tijdens de wereldkampioenschappen in 1930 in Uruguay en was tevens de enige Clubspeler die deelnam aan de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam.

Hij was ook het eerste lid van Club dat het Heizeldiploma behaalde.  Versyp debuteerde onmiddellijk daarna voor vijf seizoenen als trainer bij de Club, waar hij als eerste het WM-systeem invoerde  Later zou hij ook nog Cercle, AS Oostende,  Roeselare  en FC Eeklo oefenen.

(André Piccu)