In het vorige stuk zagen we hoe Club voor het begin van de 20e eeuw uitgroeide tot een topploeg in België. WO I goeide aan de ene zijde roet in het eten, maar zorgde er aan de andere kant voor dat Club in het eerste seizoen na de oorlog excelleerde en de eerste titel binnen rijfde. In dit stuk kijken we hoe Club het de jaren daarop deed.

Tijdens WO I werd De Klokke door de Duitse Kommendatur opgeëist. Het stadion werd gebruikt als stalling voor wagen, kannonnen en paarden. Na de oorlog leek het veld dan ook eerder op een omgeploegde akker, dan op een voetbalveld. De herstellingswerken zouden tot 1922 duren.

Northumberland-hussars bij het voetbalveld van FCB (oktober 1914)

Northumberland-hussars bij het voetbalveld van FCB (oktober 1914)

In 1919 werd Albert Dyserinck tot voorzitter verkozen. Door zijn contacten en financiële inbreng kon Club terug groeien. In 1920 werd “De Klokke” voor 50.000 frank aangekocht door ere-voorzitter De Meulemeester, Prosper De Cloedt en Dyserinck. Een half jaar later zorgde Dyserinck er voor dat FCB zelf eigenaar werd van het eigen stadion. Hij kocht het deel van de twee andere eigenaars over en verkocht alles aan FCB voor een symbolische frank.

Omdat FCB steeds populairder werd, werd de tribune van de “poupulaires” achter het doel verstevigd en werd een afdak gezet. Club trok in die tijd tot zo’n 10.000 toeschouwers. Dit zorgde voor extra operationeel werk.

bru001009817

Daarnaast kwamen er steeds meer spelers zich aansluiten bij de extra jeugdploegen die Club oprichte.

Dyserinck splitse het beleid op in een Centraal Comité, dat zich met alle organisatorische aspecten bezig hield, en een Sportief Comité, dat zich bekommerde over de sportieve zaken, zoals de opstelling van de ploeg en de trainingsmethodes.

In de beginjaren bestond het bestuur uit de spelers zelf, wat later uit oud-spelers. Maar nu transformeren de voetbalploegen meer en meer naar kleine bedrijven. In 1930 wordt FC Brugeois omgevormd tot een VZW. Alles is nog wel totaal anders dan nu. De ploegen kenden nog geen professionele spelers of trainers.

 

Club en Cercle

In Brugge bleef ondertussen de breuklijn tussen het katholiek geïnspireerde Cercle en het ideologisch neutrale Club een rol spelen. Vooral in de schoolmilieus is die scheiding duidelijk. Club had goede banden met het Atheneum. Leerlingen van die school konden gebruik maken van de oefenterreinen van FCB. Veel leerlingen van het Atheneum kwamen dan ook automatisch bij Club terecht.

Cercle had dan weer banden met de katholieke “Frères”.

Roger Vanhove, vader van Antoine Vanhove, liep school in het katholieke college, maar speelde bij Club: “In het voorlaatste jaar spijbelde ik de dagelijkse kerkdienst om tijdig in Daring Brussel te kunnen voetballen. Toen de krant de volgende dat meldde dat Roger Vanhove de beste man op het veld was, zat het spel op de wagen. Ik moest kiezen. Ofwel zou ik uit de school gegooid worden, ofwel moest ik me bij Cercle aansluiten. Het werd het eerste.”

Links Roger Vanhove

Links Roger Vanhove

In die tijd berichte men in katholiek gezinde kranten al van het “gespuis van Sint-Andries” als men het over de Clubfans had. Het was gespuis, en ook al niet van Brugge zelf, maar van een buurtgemeente. De verhalen als zou Club de ploeg van niet-Bruggelingen zijn, en vooral “crapuul” onder de aanhang huizen, is geen nieuw verzinsel.

Op bestuurlijk vlak was de onderlinge verstandhouding tussen beide ploegen beter. In 1911 werd de Entente Brugeoise opgericht. Dit was een comité met vertegenwoordigers van Club en Cercle, met als doel afspraken tussen beide ploegen vast te leggen, en om ook problemen te bespreken en op te lossen.

Zo werden afspraken gemaakt hoe spelers van elkaar overgenomen konden worden. Aan welke prijzen tickets voor de stadsderby verkocht zouden worden. Er werden zelfs vriendschappelijke wedstrijden gespeeld met een gemengd Club-Cercle team.

Ook in momenten van verdriet vonden beide Brugse ploegen elkaar. Toen Cercle-speler Albert Van Coile omkwam bij een auto-ongeluk, stuurde FCB naast een overlijdensbericht naar 150 Cercle-leden, ook een oproep binnen Club om zo talrijk mogelijk aanwezig te zijn op de begrafenis. En verder werd er een oefenwedstrijd georganiseerd, waarvan de opbrengst ging naar het Fonds Van Coile.

Ook de supporters wisten elkaar in hoge nood te vinden. In 1925 werd FCB tot op de laatste speeldag met degradatie bedreigd. De ultieme thuismatch tegen Union mocht niet verloren worden. Cercle riep haar fans op om de blauw-zwarte stadbroeders te steunen. De aanwezigheid van groen-zwarte gelegenheidsfans was heel opvallend.

 

Sportief mindere jaren

Na het titeljaar kon FCB niet meer bevestigen. Er volgden een aantal grijze seizoenen. FCB speelde in het beste geval in de middenmoot. Wat er al enige seizoenen zat aan te komen gebeurde dan ook.

In het seizoen 1927-1928 liep het dan fout. Ze waren erbij vanaf de start van de Belgische competitie in 1895 en nu, 33 jaar later, degradeerde FCB uit de ere-divisie. Net in dat seizoen speelde Club zijn 600e competitiewedstrijd op het hoogste niveau.

Het verblijf in de eerste divisie bleef wel beperkt tot 1 jaar. Maar Club bleef in het zelfde bedje ziek. Na een aantal jaren in de middenmoot, zakte Club opnieuw 1932-1933. Ditmaal diende men twee seizoenen te wachten op promotie.

In het seizoen 1938-1939 zakte Club voor de derde keer. Dit was net voor WO 2, een periode waarin er geen competitie gespeeld werd.

Deze sportieve dip – niet beter dan een middenmoot, drie degradaties – was te wijten aan de opeenvolging van ervaren spelers die hun actieve carrière beëindigden. FCB gaf hierdoor de jeugd steeds meer kansen. Er kwamen meer jeugdteams en er werd actiever gerecruteerd bij school- en straatploegen. Vooral het jeugdproduct Louis Versyp zou van 1926 tot 1937 het mooie weer maken.

Sportief zou Club nog jaren een liftploeg blijven. Maar daarover in een volgend stuk meer.

 

Supporters en –verenigingen

De supporters van FCB werden steeds dichter betrokken bij de club. Een aparte groep waren de supportersverenigingen. Ze kregen een vermindering van en entreegeld en abonnementen voor hun leden. Ze brachten sfeer voor, tijdens en na de wedstrijd. Sommige verenigingen brachten een fanfare en hun officiële vaandeldragers mee. Ze verzorgden ook voor de opvang van de bezoekende fans. Ze wachten deze op aan het treinstation en in stoet, met fanfare, naar het centrum begeleid. Er volgde dan meestal een receptie in het lokaal van het desbetreffende supporterslokaal.

Bij uitwedstrijden regelden ze het vervoer van de Clubfans, wat in die tijd geen sinecure was. De solidariteit ging zo ver dat er financieel tussen gekomen werd voor de minder gefortuneerde fans.

Vlag rechts: eerste supportersclub in België Vlag link: vlag van "les amis de Club Bruges"

Vlag rechts: vlag van de eerste supportersclub in België (1913)
Vlag link: vlag van “les amis du Club Bruges” (1925)

De oudste supporterskring was de Charles Cambier-vrienden, opgericht in 1913 door Louis Van Belle. Dit is de oudste supportersvereniging in België!
“Les amis de Club” werd gesticht in 1925. Dit was een eerder kapitaalkrachtige kring.

De supportersverenigingen hadden zo’n succes dat in 1929 een overkoepelende organisatie werd opgericht: het Verbond  van supporters van Royal FC Brugeois. In 1931 telde deze organisatie minstens 7 supportersclubs.

club_kampioen_1928-1929-page-001

krant uit 1929: Club speelt kampioen in Division 1 (tweede klasse; de eerste klasse was toen de ere-divisie)

club_kampioen_1928-1929-page-002

(gebaseerd op “Van FC Brugeois tot Club Brugge KV” van Dries Vanysacker)