In de periode voor WO I staken drie spelers er bovenuit.

Hector “Torten” Goethinck

91403_ori_hector_goetinckHector Goethinck (1886-1943) was vijftien toen hij zich aansloot bij FCB. Zijn snelheid als buitenspeler was legendarisch. Hij kreeg dan ook de bijnaam “de Brugse gazelle”. In 1902 debuteerde hij voor de nationale ploeg, waar hij 19 caps verzamelde.

Reeds tijdens zijn actieve voetbalcarrière was hij lid van het Uitvoerend Comité van de Voetbalbond. In 1928, tijdens zijn laatste seizoen bij FCB, werd hij aangeduid als trainer van de nationale ploeg. Zo begeleidde hij in 1930 België naar het eerste WK in Uruguay.

Goethinck speelde in totaal 27 jaar bij FCB en was er 15 jaar kapitein.

In 1942 schreef hij een boek, getiteld “voetbal anekdoten”, waarin hij zijn belevenissen in het voetbal beschreef.
Daarin schrijft hij: Club Brugge is het grootste deel van mijn leven geweest. Ik ben er in opgegroeid, ben door de voetbalsport een goed burger geworden en het spijt me nu toch zo dat ik niet meer in de bres kan springen om mijn oude vereniging terug naar de ere-afdeling te helpen”

Goetinck overleed jammerlijk tijdens de Tweede Wereldoorlog toen een bom in de Parentstraat in Heist zijn huis trof.

 

Charles Cambier

5262ad7717b5bCharles Cambier (1879-1955) behoorde tot een echte voetbalfamilie. Zijn drie broers speelden ook voor FCB. Cambier was een stevige speler. Goethink schreef over hem: “Ik ben van gedachte dat Charles Cambier tot nu toe zijn meester niet gevonden heeft. Hoewel hij niet groot van gestalte was, was zijn kopspel perfect. Hij had een zeer goede tackling en werd zeer weinig gedribleerd.”

Charles Cambier was dus een speler die zich niet opzij liet zetten. Hij was een van de beste spelers in België voor WO I en verzamelde 23 caps bij de nationale ploeg.

In 1910 liep hij in een expositiewedstrijd tijdens de Brusselse wereldtentoonstelling een open beenbreuk op. Hierdoor kon Charles twee jaar niet meer voetballen. Nadien keerde hij echter sterker dan ooit terug.

Na het einde van zijn spelersloopbaan, in 1923, werd hij trainer van FCB.
Hij hield vanaf de jaren ’20 het “Café des Sports” open. Charles Cambier stierf in 1955.

1955: Rouwstout voor Charles Cambier. Café des Sports' was het huis van Cambier. (beeldbank Brugge)

1955: Rouwstout voor Charles Cambier. Café des Sports’ was het huis van Cambier. (beeldbank Brugge)

Cambier was speler bij Club Brugge. Deze opname werd gemaakt in de Zuidzandstraat. Op de achtergrond is 't Zand/Vrijdagmarkt te zien. In het straatbeeld zijn naast de rouwkransdragers ook enkele politiemannen te zien. Let ook even op de kleding van de diverse figuren op de foto. 'Café des Sports' was het huis van Cambier. (beeldbank Brugge)

Deze opname werd gemaakt in de Zuidzandstraat. Op de achtergrond is ’t Zand/Vrijdagmarkt te zien. (beeldbank Brugge)

Robert De Veen

Robert De Veen (1886-1939) speelde in het eerste elftal van FCB tot aan WO I. Zowel bij FCB als bij het nationale elftal, waar hij 22 caps verzamelde, maakte hij furore als afwerker. Hij scoorde 26 keer in 23 (vriendschappelijke) interlands. Tegen Nederland scoorde hij de eerste hattrick in de geschiedenis van de Rode Duivels.

Als speler van FC Brugeois werd hij tweemaal topschutter, in 1904-05 en 1905-06. In dat laatste seizoen scoorde hij 26 doelpunten. Van 1902 tot 1914 speelde hij 172 wedstrijden en scoorde hij 135 doelpunten. Hij was de eerste topscorer van Club Brugge.

Aan de start van het seizoen 1938-39 stelde het bestuur van FC Brugge Robert De Veen aan als oefenmeester. Hij was hiervoor trainer geweest in Frankrijk bij Olympique Lillois, RC Lens en AS Nancy en was daar een gereputeerde coach geworden. Bij Club was hij minder succesvol. Aan het eind van het seizoen 1938-39 kwam FC Brugge op de veertiende en laatste plaats in de ere-afdeling uit en zakte voor de tweede keer in de geschiedenis uit de hoogste reeks. Robert De Veen had aanvankelijk een contractverlenging getekend, maar hij verbrak die. Vermoedelijk was De Veen zwaar ziek geworden en niet meer in staat om een ploeg te leiden. Hij stierf enkele maanden later (december 1939).


FCB was opgericht in het centrum van Brugge. Maar ook de spelers hadden een sterke link met de stad. Dit halen we uit de verhalenbundel van André Piccu:

Het is geweten dat Torten Goetinck voor het eerst tegen een bal stampte op het  St-Annaplein. Voor Charles Cambier was dit op de Eiermarkt, hartje Brugge