In het vorige deel zagen we hoe in 1890 Brugsche FC het voetbal introduceerde in Brugge. We zagen hoe in 1894 twee aparte ploegen verder gingen: een eerder volks en Vlaams Brugsche FC en een meer elitair en Franstalig FC Brugeois. Maar we zagen ook hoe beide verenigingen het apart niet konden rooien en in 1897 een samensmelting nodig bleek.

1897-1900: onder voorzitter Philippe Delescluze

Uiteindelijk was de samensmelting van Brugsche FC en FC Brugeois de beste oplossing voor beide verenigingen. Brugsche FC was volkser en had een brede basis. Hierdoor kon men vlotter spelers vinden en was de opkomst, en opbrengst, bij wedstrijden ook groter.

Via FC Brugeois kwamen de goede relaties met de elite.

Op 23 oktober 1897 werd het nieuwe bestuur ingehuldigd. Het grootste deel kwam van Brugsche FC. Voorzitter werd Philippe Delescluze.

FCB bleef op het Rattenplein spelen. En de kleuren van FC Brugeois, lichtblauw en donkerblauw, werden ook behouden. Het motto bleef verder ook “mens sana in corpore sano”.

Afbeelding1

In de voetsporen van de voorzichtige en rationele Brugsche FC, verkoos FCB om geen lid te worden van de voetbalbond, zolang de bevoordeling van de talrijke Brusselse clubs, die minder verplaatsingskosten hadden, niet weggewerkt zou worden. Ondanks de afdreiging van de Bond dat hierdoor geen internationale wedstrijden meer mogelijk zouden zijn, of dat er een boycot tegen FCB zou komen, hield FCB toch voet bij stuk.

FCB speelde dan maar regelmatig vriendschappelijke wedstrijden tegen ploegen van universiteiten, regionale Engelse ploegen en Franse of Engelse tegenstanders.

Zo speelde FCB op 8 april 1898 een galawedstrijd tegen het vrij gerenommeerde FC Maidstone. Voor de Engelse kolonie in Brugge was zo’n wedstrijd een waar feest.

Ook de veiligheid bij wedstrijden was in die tijd al een thema. Op elke wedstrijd dienden rijkswachters aanwezig te zijn en traden bestuursleden als een soort steward op.

In 1898 werd FC Brugeois terug lid van de Belgische Voetbalbond. Er werd, om de verzuchtingen van ploegen die verder van Brussel lagen, een aparte competitie ingericht voor Oost- en Westvlaamse clubs: het championnat des Flandres. De winnaar van deze competitie diende dan uit te komen tegen de kampioen van de reguliere competitie. De winnaar won het officiële Belgische kampioenschap, dat toen nog Beker van België heette.

FCB zou de twee edities van het championnat des Flandres winnen, maar zou telkens de finale verliezen. FC Brugeois was nog niet rijp voor de titel.

1900-1903: moeilijke jaren in de bestuurskamer en op het veld

Rond de eeuwwisseling kende FCB een lastige periode. Het feit dat Cercle in 1899 werd opgericht was daar niet vreemd aan. Maar elk nadeel heeft ook zijn voordeel: door het overstappen van spelers naar Cercle kregen plots jonge talenten hun kans. Zo werden Charles en Arthur Cambier en Hector Goethinck ontdekt.

Hector Goethinck en Charles Cambier

Hector Goethinck en Charles Cambier

Het steeds weerkerend probleem van de hoge verplaatsingskosten bleef wegen en FCB moest dringend op zoek om de kosten te drukken en de inkomsten op te drijven. Er werd een aparte tribune en ingang geïnstalleerd waar de supporters binnen konden voor 15 centimen. Dit was een heel democratische prijs. Zo onstond het vak van de “populaires” achter het doel.

Deze eerste “spionkop” bracht veel geld in het laatje.

FCB begon ook een reiskas, en men deed moeite om extra ereleden en bestuurders mee te krijgen op verplaatsing, zodat men kon genieten van goedkopere groepstarieven op de treinen. Zo kreeg het eerste supporterslegioen op verplaatsing vorm. Al moet men voorzichtig blijven met superlatieven, want het aantal mensen die toen meegingen op verplaatsing was heel beperkt.

De eerste bloei onder socialistisch senator De Meulemeester (1903-1919)

In 1903 pakte de Bond uit met nieuwe reglementen over de afmetingen van het veld. Het Rattenplein bleek veel te groot. Maar voor FCB had dit als voordeel dat men het hoofdveld kon heroriënteren en twee oefenvelden aangelegd konden worden.

In 1903 werd Alphonse De Meulemeester tot voorzitter verkozen. Zijn vader was mede-eigenaar van de Brugse brouwerij L’Aigle d’Or.

Het supporterslegioen van FCB bleef een kwalijke reputatie met zich meesleuren. Vooral de stadsderby’s tussen Cercle en Club ontaardden vaak in knokpartijen. De verontwaardiging bij het bestuur was groot en er werd beslist om in het vervolg wedstrijden bij problemen stil te leggen. Deze beslissing werd aan de ingang van het stadion opgehangen.

In 1908 gebeurde het gevreesde weer. Na de wedstrijd gingen Clubaanhangers de spelers van Antwerp te lijf. De meeste Antwerp-spelers konden zich redden door in de automobiel van Club-praeses De Meulemeester te springen. Het bleef onrustig in de stad en de Antwerpenaars durfden niet naar het station. Club besliste ze dan maar naar een station tussen Brugge en Gent te brengen en ze daar op een trein te zetten. De historische scheldnaam “boeren” is hier ontstaan. Als gevolg van deze rellen mochten er twee maanden geen voetbalwedstrijden meer gespeeld worden in Brugge

Deze maatregelen zorgde ervoor dat FCB begon te investeren in veiligheid. Er werden omheiningen hersteld, vier extra poorten werden geïnstalleerd. En vierhonderd meter prikkeldraad moest voor een extra barrière zorgen bij de populaires. FCB zorgde ook voor stewards avant-la-lettre. Ze droegen een armband in de kleuren van Club.

FCB voerde ook heel wat propaganda om supporters te lokken uit heel West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en zelfs Zeeuws-Vlaanderen. Zo slaagde Club er in om toen al tot meer dan 5000 toeschouwers te lokken.

Er werden toen ook internationale toernooien georganiseerd, die het aanzien hadden van een competitie. Brugse bestuursleden gaven de buitenlandse delegaties rondleidingen in de stad en in de kranten stonden de ploegen met foto’s afgebeeld. Het Paastoernooi was de manier van FCB om de buitenwereld te laten zien tot wat FC Brugeois in staat was.

cldh

Coupe La Dernière Heure

FCB werd stilletjesaan een gevesigde waarde aan de Belgische top, met drie vice-titels en vijf derde plaatsen in de kampioenschappen tussen 1903 en 1914. FCB won twee keer de Coupe La Dernière Heure, in 1910 en 1911. Dit was een bekercompetitie betwist door de vier ploegen met het beste doelgemiddelde uit de competitie. Door de trofee twee jaar na elkaar te winnen mocht FCB de trofee meenemen naar haar lokaal La Civière d’Or, op de Brugse markt. De spelers werden door tweeduizend supporters opgewacht aan het station, toen nog op het Zand.

In het seizoen 1910-1911 betwistten de twee Brugse clubs elkaar voor de nationale titel. Meer dan 4000 toeschouwers woonden de wedstrijd bij. FCB moest de wedstrijd winnen om kampioen te worden, maar de groen-zwarte buren wisten een gelijkspel uit de brand te slepen. FCB was weer tweede en de grote rivaal Cercle ging met de hoofdprijs lopen.

Blauw-Zwart

In het najaar van 1906 werd een vierkante vlag van 3 bij 3 gemaakt. Deze bestand uit twee vertikale vlakken, een lichtblauw en een zwart. Dit was verschillend van de nog steeds gehanteerde officiële kleuren lichtblauw en donkerblauw.

Een jaar later werden in Londen nieuwe shirts besteld. Voortaan zou Club spelen in truitjes waarvan het borstvak in twee gedeeld was, met een linkervak in lichtblauw en een rechter in zwart, terwijl de mouwen de tegenovergestelde kleur kregen van het aanpalende borstgedeelte. Vanaf dan werd FCB officiëel blauw en zwart.

In 1909 werd dan beslist dat men met een zwarte broek zou spelen.

Afbeelding2

De Klokke

Op de vergadering van 11 mei 1911 werd de knoop doorgehakt met betrekking tot een nieuw terrein. Voorzitter De Meulemeester zocht de hulp van een kapitaalkrachtig erelid Albert Dyserinck en het terrein langs de Torhoutse Steenweg bij café La Cloche werd aangekocht.

Op het terrein van 1,68 hectare kwam een nieuw stadion, dat in de volksmond onder de naam “De Klokke” van 1912 tot 1975 de nieuwe thuishaven van Club zou worden.

Er werd een nieuwe metalen tribune, met een capaciteit van 650, gebouwd.  De houten omheining, de houten tribune en de chalet verhuisden mee van het Rattenplein naar de nieuwe locatie.

Net voor de eerste wereldoorlog deelde FCB in de algemene financiële malaise. In zekere zin zou WO I op dat vlak soelaas brengen.