Het verhaal van François leest als een sprookje. Een voetballer uit de provinciale reeksen die zich via derde klasse een weg voetbalt naar eerste klasse en naar de Rode Duivels. Maar het is jammer genoeg geen sprookje, want dan had het een happy end moeten kennen…

Yuri Selak, de manager van François Sterchele

We spraken met Yuri Selak, de manager van François Sterchele. 

Ik leerde François kennen toen hij in 2002 met Kelmis de promotie afdwong naar bevordering.  Ik wist onmiddellijk: dit is een speler die hogerop kan.

In de twee seizoenen dat hij met Kelmis in vierde klasse speelde, was er al interesse van een aantal eerste klasse-ploegen, waaronder Westerlo. Ook al scoorde hij in die seizoenen 38 keer, er was wel altijd iets dat een transfer in de weg stond. ‘Ja maar, hij heeft geen goede linkervoet.’ ‘Ja maar, zijn kopspel moet beter.’ ‘Ja maar, ….’

Uiteindelijk vertrok hij in 2004 naar O.H. Leuven. Het was een ploeg met ambitie om naar tweede klasse te gaan en het was niet te ver van huis voor François. Op een halfuurtje rijden stond hij op het oefenterrein. Hij tekende er een contract van 2 jaar, maar met een clausule dat hij weg kon na het eerste jaar.

OHL speelde toen jaarlijks een vriendenmatch tegen Anderlecht in de voorbereiding op het nieuwe seizoen. François voetbalde een geweldige match. OHL verloor dan wel met 0-4 maar François kon doelman Zitka toch een paar keer op de proef stellen.  En daar genoot hij van.  Na de wedstrijd liet hij zich – in zijn typische spontane stijl – ontvallen dat hij, behalve van Zetterberg, absoluut niet onder de indruk was van de spelers van Anderlecht (lacht).

Het seizoen was amper een paar wedstrijden ver toen Sporting Charleroi interesse toonde in François. Charleroi, die naar OHL kwam om Jeroen Simaeys te scouten, geraakte snel gecharmeerd door François. In oktober was het contract met Charleroi al in kannen en kruiken. Het weerhield er François echter niet van om dat seizoen 29 keer te scoren voor OHL.

Zijn passage in Charleroi bleef ook beperkt tot een jaar. In dat jaar scoorde hij 9 keer in de competitie en 5 keer in de beker. Maar het bleef hem vooral dwars zitten dat er 6 doelpunten onterecht werden afgekeurd.  Zijn statistieken hé (lacht).

Op het einde van zijn seizoen in Charleroi was er een eerste contact met Anderlecht. Ze zochten een spits als doublure voor Frutos. Maar Herman Van Holsbeeck was niet overtuigd. Anderlecht pakte graag uit met grote namen voor hun transfers en dat was Sterchele niet. Nog niet.

De keuze viel dan op GBA.  Daar kende hij een fantastisch seizoen. Hij kroonde zich, met 21 doelpunten, tot topscorer van de Jupiler Pro League… voor Tchité van Anderlecht (grijnst). En hij werd opgeroepen voor de Rode Duivels. In zijn eerste cap mocht hij invallen tegen Portugal en Cristiano Ronaldo. Hij werd net niet gek (lacht).

Als topscorer genoot hij uiteraard veel interesse van zowel binnen- als buitenlandse clubs. François’ eerste keuze was Standard. Ook al was hij opgeleid bij FC Luik, hij was erop gebrand om het als Luikenaar waar te maken bij Standard.  We hadden ook een geheim akkoord met de Rouches. Maar D’Onofrio wou eerst één van zijn spitsen (Mbokani, Jovanovic of de Camargo) verkopen.
Vanuit de hoek van Standard bleef het ondertussen windstil. Er was nog steeds geen uitgaande transfer van één van de spitsen.

En toen… medio juli werd ik plots gecontacteerd door Luc Devroe. Club had interesse. Ze hadden een moeilijk seizoen achter de rug. Weliswaar met bekerwinst, maar met een ontgoochelend resultaat in de competitie. Jacky Matthijssen was er net trainer geworden en ze hoopten de topschutter te kunnen strikken. Ik ging rond de tafel zitten met Luc Devroe en legde de transferprijs van GBA (3 miljoen euro) en al onze desiderata op tafel. Luc Devroe vroeg me 48 u tijd om alles geregeld te krijgen met zijn Raad van Bestuur.

Ik keerde terug naar Luik en belde – uit zakelijke correctheid – naar Standard. D’Onofrio reageerde groots: ‘Als Club ingaat op al jullie wensen én die transfersom wil betalen, dan moet je hem laten gaan.’

Ik was halverwege op de terugweg toen ik telefoon kreeg van Luc Devroe. Het was in orde!

Na het eerste persoonlijk contact van François met Club was hij helemaal overtuigd. Het was een club die hem lag, met warme, passionele supporters. Een beetje het Vlaamse Luik (lacht). Hij was ook heel blij om Jacky Matthijssen terug te vinden. Het leek alsof alle puzzelstukjes perfect in mekaar vielen.  En die bevestiging kreeg hij een paar dagen later, op de Fandag van Club. François werd er door de supporters zo hartelijk onthaald. Hij droeg amper 2 dagen het Clubtruitje en toch werd hij door de supporters in de armen gesloten als ‘één-van-ons’. Dat maakte hem zo gelukkig!

In zijn eerste competitiewedstrijd voor Club tegen Mons scoorde hij meteen twee keer. Zijn trein was vertrokken… Hij zou dat seizoen 12 doelpunten scoren (11 in de competitie en 1 in de Europa League).

Tot die 8e mei (stil).

De manier waarop hij ook vandaag nog wordt herdacht door de supporters van Club is het mooiste bewijs dat hij iets betekend heeft voor Club. Ik ben nu sportief directeur bij Moeskroen en ik kom dus nog af en toe in het stadion van Club. Het applaus in de 23e minuut maakt nog altijd veel emoties bij me los. Het blijft heel moeilijk (stil).

Toen Club in de kampioenenmatch zijn eerste doelpunt scoorde in de 23e minuut… Ik ben niet gelovig, maar dat was gewoon een teken. François was er ergens bij om de titel te vieren.

Of François veranderd is in al die jaren dat ik hem mocht kennen? Nee, absoluut niet. De uiterlijkheden zijn misschien wat veranderd. Zijn Opel Corsa van Kelmis werd ingeruild voor een clubwagen en uiteindelijk voor die vervloekte Porsche.  En zijn kledij, waar hij altijd veel aandacht aan besteed had, kocht hij nu in duurdere winkels. Maar voor het overige was hij dezelfde joviale, toegankelijke en charismatische jongen gebleven. Zijn paar jeugdvrienden bleven zijn hartsvrienden. Het was een fantastische kerel die ongelooflijk genoot van het leven. Hij leefde echt zijn droom…

Na afloop van het gesprek wenste ook Marleen Boonen, de mama van François nog een paar woorden te richten tot de Club-supporters.

De hommage die jullie François nog elke match geven in de 23e minuut, is het mooiste geschenk dat jullie ons kunnen geven. Ik heb het gevoel dat François nog altijd rondwaart op Club, dat hij nog altijd aanwezig is op het veld. Jullie zijn supporters uit de duizend met heel veel respect en waarden. Jullie zitten voor altijd in mijn hart en dat van mijn kinderen. Ik denk dat mijn zoon – in zijn veel te korte passage bij Club – iets moois heeft achtergelaten. Maar dat geven jullie hem en mij nu in tienvoud terug. Daar kan ik jullie nooit genoeg voor bedanken.